Vernielingen in de Amsterdamse haven.

Hoewel in de meidagen van 1940 de schade aan de Amsterdamse haven beperkt bleef, veranderde die situatie vanaf september 1944 drastisch. Toen begonnen immers de "Sprengkommando's der Deutsche Wehrmacht" systematisch hun moedwillige vernielingen aan te richten. Dit gebeurde zonder enige militaire of strategische noodzaak want om de haven onbruikbaar te maken hoefde men slechts de sluizen van IJmuiden onklaar te maken en hier en daar wat schepen tot zinken te brengen.
Het was dus pure vernielzucht door een vijand die wist dat hij de oorlog verloren had.

In plaats van de sluizen totaal te vernielen bleef de schade daar beperkt, maar met de tot zinken gebrachte schepen te oosten van de Zaan en ten westen van de petroleumhaven was er meer inzet nodig, voorafgegaan door een gevaarlijke verkenning van duikers onder water.
Wat was er verder alzo vernield:
Havenkranen: van de 260 stuks bleven er ong. 80 over; opgeblazen door springladingen onder de "poten" aan de waterzijde van de kraanportalen.
Kaden: van de 14,5 km werd 3km onbruikbaar gemaakt. In de Coenhaven was dat bijna 3 km voor zeeschepen en 1,4 km voor de binnenvaart van totaal 5,5 km, dus vrijwel totaal vernield.
In de petroleumhaven was al in de meidagen van 1940 de meeste opslagruimte vernield, maar de herstelde tanks en installaties werden met vliegtuigbommen van 1000 kg in september 1944 weer grondig vernield.
Loodsen en pakhuizen: de schade daar was secundair; gesprongen ruiten en ontzette deuren. Het spoorwegnet was echter wel onbruikbaar gemaakt door het gedeeltelijk opblazen van de wissels.
Drijvende bokken en dokken: de 150 tons bok van de NDSM werd in het Barnegat bij de Zaan tot zinken gebracht, met de 150 tons bok van Werkspoor gebeurde hetzelf in de Minervahaven. Verder nog een bok van de ADSM, Werf Verschure en Mij Nederland.
Het grootste 25000 tons "Hendrik" dok, incl het daarin liggende Italiaanse schip "XXIV Maggio" werd met dieptebommen tot zinken gebracht. Ook het Verschure dok en nog een ander dok ondergingen hetzelfde lot.
Scheepswerven: 56 kranen van de 3 belangrijkste werven werden opgeblazen, maar ook transformatie installaties en krachtstations en hier was ook de secundaire schade aanzienlijk.
Schepen: totaal moesten een 50 tal tot zinken gebrachte schepen gelicht worden.

Hier lag dus een enorme klus om zo snel mogelijk de haven weer bruikbaar te maken, vooral doordat de Amsterdamse haven in tegenstelling tot Rotterdam een stukgoedhaven met grote lijnbedrijven was.
Als bewijs van het voortvarend herstel voer echter al op 18 juli 1945 het vlaggeschip ms. "Oranje" van de Mij Nederland als eerste door de herstelde sluis in IJmuiden op weg naar de gedeeltelijk herstelde haven Amsterdam, waarbij Rederij Goedkoop ook een belangrijke rol speelde.

Bron:"Trossen Los" nr 3 uit de reeks 'Holland bouwt op' van het Hollandse Uitgevershuis, Amsterdam.
Foto's: De afbeeldingen zijn overigens niet van mij en plaatsing is dan ook uitsluitend ondervoorbehoud van de maker(s) en worden indien door de maker gewenst van de site verwijderd.