een ambachtelijk beroep

Riet wordt vaak 2 tot 3 meter hoog en is dan ook de langste in ons land voorkomende grassoort.
Het bedekt grote oppervlakten in moerassen, het groeit zowel in zout, zoet als in brak water, maar ook op natte grond van akkers, bossen en duinvalleien.
Riet verspreidt zich door uitlopers. ( wortelstokken ). Riet dat voor dakbedekking geschikt is, groeit voornamelijk in moerassen en aan de rand van zoetwatergebieden. Omdat er in Nederland niet genoeg dakriet meer voorhanden is, door de Deltawerken en door geen nieuwe aanleg van rietlanden in de Flevopolder, moet ongeveer 40% van het benodigde riet ingevoerd worden. Het komt uit Hongarije, Oostenrijk, Roemenië, Polen en Frankrijk.

Riet dat geschikt is om als dakbedekking te worden gebruikt is eenjarig, plm. 2 meter lang, dun, recht, hard en blank. De oogsttijd loopt van december tot april. Na het oogsten wordt het riet in dikke bossen gebonden ( veldbossen ). De rietsnijder zorgt er voor dat de veldbossen worden verwerkt tot kleinere bossen.
Het riet moet van eerste kwaliteit zijn. Dat houdt in, met harde taaie vezels en rechte stoppels. Er mogen dus geen andere gewassen tussen zitten.
Niet elke soort is geschikt als dekriet, er is kwaliteitsverschil. Kort en dun riet wordt gebruikt voor dakkapellen en wolfseinden, lange bossen voor de spreilaag. Kromgegroeid riet gebruikt men op plaatsen waar het niet zichtbaar blijft en voor reparaties. Ruigt (bladriet) is als afdekmateriaal erg geschikt om het verstuiven op bloembollenvelden tegen te gaan. Matriet (stukadoorsriet) wordt gebruikt als ondergrond voor stukadoorswerk (plafonds, kooflijsten, wanden). Rietmatten of rietplaten dienen als afschutting van kassen in de tuinbouw. Dunne rietmatten worden verhandeld als tuinafscheiding. En tot slot stookriet (kort en kromgegroeid riet) wordt bij de bouw van houten schepen als hulpmiddel gebruikt bij het vormen van huidgangen of - planken.

BRON: www.bronrietdekkers.nl