De zeepfabriek van Plomari

DE ZEEWEGEN VAN DE PLOMARIÊRS
Plomari heeft een lange maritieme traditie.
De scheepvaart ontwikkelde zich in nauw verband met handel en industrie en was op zijn hoogtepunt tussen 1850 en 1950.
Befaamd was ook de ontwikkeling van de bouwkunst van houten schepen in Plomari.
De Plomarische vaklieden waren gespecialiseerd in de bouw van zeilschepen met een tonnage van 20 tot 150 ton.
Rondom het zeewezen ontstonden vele beroepen zoals: matrozen, kapiteins, vaklieden, leerjongens, kruiers, handelaren en zeebonken.
De matrozenliederen, de dansen, de scheepsmodellen, de gereedschappen van de scheepswerven en de in de kerk afgelegde geloften getuigen van deze unieke wereld.

Vanaf halverwege de 19e eeuw werden overeenkomsten gesloten tussen handelaren, industriëlen en scheepsbouwers voor de bouw van schepen. Uit notariële aktes leren we dat een ieder van hen een deel van het kapitaal investeerde en als de schepen af waren, begonnen ze te reizen gevuld met lokale producten, met als bestemming de havens van het Oosten.
De winst van elke reis werd verdeeld afhankelijk van het aandeel in de investering.

De zeewegen van de Plomariërs besloegen de gehele oostelijke Egeïsche Zee en de kust van Klein-Azië tot aan de Zwarte Zee. De boten bevoeren de wateren van Thessaloniki tot Odessa en Attalia. In deze geografische driehoek vochten de Plomarische boten tegen weersomstandigheden en de historische
gebeurtenissen om de olie en de zeep van de lokale industrieën te kunnen verkopen.

De zeilvloot van Plomari omvatte 100-120 boten van uiteenlopende types. De Plomarische vloot varieerde in grootte overeenkomstig met de
pieken en dalen van de handel, met een absoluut dieptepunt voor de economie van Lesbos in het jaar 1922.

In de 20e eeuw waren de vaklieden gespecialiseerd in het bouwen van tsernikoperamata, trehantiria en karavoskara (soorten schepen). Eén van de geheimen van de Plomarische houtbouwkunst was de originele manier van bouwen. De boten werden eerst op schaal gebouwd van hout (modellen). Daarna werden de afmetingen vergroot in de zaal van de scheepswerf. Het gebruik van modellen bood de mogelijkheid voor een betere fabricage, met regelmatige curven en grote accuratesse in de symmetrie. Het maakte controle mogelijk op de uiteindelijke vorm van de boot vóórdat met de bouw begonnen was. Deze techniek van de Plomarische scheepsbouwers was befaamd in de hele Egeïsche Zee.

DE BOMBARDIA
Een veel gebruikt type zeilschip in de Egeïsche Zee en de Zwarte Zee was de Bombardia.
Dit was een kleine commerciële tweemaster met een tonnage van minder dan 200 ton, bij uitstek te vinden op Chios en Lesbos. Karakteristiek was de manier van gebruik en de plaatsing van de zeilmasten. Wanneer de zeilen waren gestreken werden de ra's naar beneden gehaald en schuin langs de masten gebonden zodat ze niet naar opzij uitstaken. Op deze manier werd ruimte bespaard wanneer de boten zich in de kleine havens van de Egeïsche Zee bevonden.

DE ZAKENMAN IOANNIS P.POULIAS
Een geslaagd zakenman in het begin van de twintigste eeuw

Ioannis Poulias, een actieve en veelzijdige zakenman van Plomari, behoorde tot de wereld van de bourgeoisie van Lesbos, in zowel de periode 1880 tot 1912 van grote bloei, als de noodlottige historische momenten die het eiland beleefde na de eenwording met de Nieuw Helleense Staat in 1912.
Hij was de enige overlevende van vijf kinderen van Panagiotis en Soultana Poulias.
In 1889 slaagde hij voor de Griekse School van Potamos en nam de leiding over van de zeepfabriek van zijn vader. Zijn naam is verbonden met de productie van grote hoeveelheden zeep voor export door het exploiteren van niet alleen de bevoorrechte locatie van Plomari en de grote vraag naar zeep in Klein Azië maar ook van de maritieme ervaring en organisatie van de Plomariërs.

Ioannis Poulias had niet alleen een flink kapitaal waarmee hij de cirkel van activiteiten van zijn vader verveelvoudigde. Hij was ook begiftigd met zakeninstinct en beperkte zich niet tot de cirkel van productie en verkoop van zeepproducten. Hij investeerde ook in de graanmarkt, de productie van ouzo, maritieme leningen, leningen aan andere zakenlieden in en buiten Lesbos en kocht aandelen van andere fabrieken.

Vele jaren was hij burgemeester, hij was voorzitter van de commissie voor de constructie van de haven, hij was kerkvoogd van de Agios Nikolaoskerk en een van de oprichters van de unie van olieproducenten.

In 1915 betrok hij zijn drie zonen bij zijn zaken nadat hij ze naar het buitenland gestuurd had om te studeren. Maar het product zeep, dat al sinds het begin van de 20e eeuw met afzetproblemen kampte, ging met het wegvallen van de Klein-Azische markten zijn ondergang tegemoet.
In 1924, als hij 58 jaar oud is, is de handel met het Oosten definitief gestopt.

Met behulp van het rijke archiefmateriaal dat in zijn fabriek is gevonden hebben we geprobeerd een portret te schilderen van een actieve zakenman aan het einde van de Turkse bezetting en het begin van de bevrijding.

We bedanken iedereen die ons geholpen heeft en in het bijzonder zijn familie.

ZEEP MAKEN
De fabricage van zeep gebeurt op de volgende wijze:
Van de tweede verdieping goot men de olie in de zeepketel - olijfolie voor de witte zeep of olijfpittenolie voor de groene zeep - waarna de zeepmakers deze met soda vermengden. Met behulp van vuur of stoom verhitten ze het mengsel, terwijl de werkmeesters het mengsel bleven omroeren. Door het roeren kwam er een witte, melkachtige substantie op het oppervlak. Daarna voegden ze een bepaalde hoeveelheid zout toe, en door heel stevig roeren werd het mengsel ingedikt. Het koken duurde twee à drie dagen, totdat de pasta tevoorschijn kwam. Tijdens de kookperiode voegden ze hoeveelheden water toe voor de vergemakkelijking van de wassing en de homogeniteit van het mengsel.
Wanneer in het schuim geen grote bellen meer voorkwamen, lieten ze de inhoud meestal 12 uur rusten, zodat de zeep gescheiden werd van de vloeibare overblijfselen die via een afvoerkraan wegvloeiden.
Daarna volgde het uitscheppen van de zeep met behulp van een speciale lepel en het transport vanaf de ketel naar de gietvormen op de derde verdieping. De grote ramen in deze ruimte vergemakkelijkten het afkoelen.

Nederlandse vertaling:
J.Ritsakis en J. van den Ing.