Bauhaus, Bruinkool en ijzeren reuzen

Bauhaus, Bruinkool en ijzeren reuzen.
Het Bauhaus in Dessau en het behoud van industriële monumenten in de voormalige DDR

Het Bauhaus in Dessau in Duitsland is een icoon van het moderne bouwen en de moderne vormgeving. Reeds in 1933 werd Bauhaus opgeheven. In de DDR werd het Bauhaus later opnieuw opgericht. Minder bekend is dat het Bauhaus ook een belangrijke rol heeft vervuld bij het behoud van industrieel erfgoed.
In de zomer van 2008 bracht ik een bezoek aan het gebied rond de stad Dessau in de Duitse deelstaat Saksen-Anhalt. Ik bezocht opnieuw Ferropolis. Na de Expo 2000 in Hannover had in Ferropolis voor het eerst bezocht.
Ik wil in dit verhaal iets vertellen over Bauhaus en de ontwikkeling van de ijzeren stad; Ferropolis.

Het Bauhaus is in 1919 gestart als een school voor architecten, kunstenaars en ambachtslieden. De oorsprong van het Bauhaus moet worden gezocht in het werk van de Engelsman William Morris die vanaf 1861 een reformbeweging, de Arts and Crafts Movement, was begonnen tegen de eenvormigheid van industriële producten. Hij idealiseerde het middeleeuwse ambacht. Hij was een wegbereider van de Jugendstil. Zijn werkplaatsen werden ook in Duitsland nagevolgd; bijv in Dresdener Werkstätten. In 1907 stichtte de Belg Henry van der Velde een kunstnijverheidsschool in Weimar, de Grossherzogliche Kunstgewerbeschule. In 1907 werd in München de Deutschen Werkbund gesticht voor "Veredelung der gewerblichen Arbeit". Een belangrijke deelnemer was de architect Walter Gropius die vond dat het bouwen van industriële gebouwen tot grootste opgaven van zijn tijd behoorde. In de eerste wereld oorlog moest de Belg van der Velde zijn plaats afstaan aan een Duitser, Walter Gropius. Hij vormde de Großherzoglich-Sächsiche Hochschule für Bildende Kunst, die werd samengevoegd met de opgeheven kunstnijverheidsschool om tot het Staatliches Bauhaus Weimar. Het was een utopische opleiding, waarbij de school als werkplaats diende om alle grenzen tussen disciplines te doorbreken. Der "Bau der Zukunft" sollte alle Künste in idealer Einheit verbinden. Dies erforderte einen neuen Typ des Künstlers jenseits akademischer Spezialisierung, dessen Erziehung am Bauhaus angestrebt wurde. Sein Gründer Walter Gropius sah den Weg zu diesem Ziel in neuen pädagogischen Methoden und im Handwerk als Voraussetzung jeder Kunst: "Die Schule soll allmählich in der Werkstatt aufgehen". Folglich arbeiteten am Weimarer Bauhaus Künstler und Handwerker gemeinsam in Lehre und Produktion. Auf diese Weise sollte die Trennung zwischen freier und angewandter Kunst aufgehoben werden. Leraren waren onder andere de kunstenaars Paul Klee ,László Moholy-Nagy Wassily Kandinsky, Lyonel Feininger, Georg Muche en Oskar Schlemmer. Het idealisme van het Bauhaus paste in de tijd van defaitisme van Duitsland, dat de grote verliezer was van de eerste wereldoorlog.
De school was een brandpunt voor ontwikkelingen in de moderne kunst. Er waren veel verbindingen met de Russische school voor kunstnijverheid Vkhutemas die in 1920 in Moskou was gesticht. De Russische constructivist, architect, fotograaf en publicist Lazar Markovich Lissitzky bezocht het Bauhaus. Evenals de Nederlandse schilder Theo van Doesburg die de opvattingen van de kunstenaarsgroep "De Stijl"propageerde.

In 1925 verhuisde Bauhaus naar Dessau naar een gebouw dat was ontworpen door Walter Gropius. Nieuwe vakken waren reclametechnieken, fotografie, typografie en het inrichtingen van tentoonstellingen. In 1923 had men reeds een beroemde Bauhaus tentoonstelling gehad. Er was een modelhuis met de eerste moderne keuken. Gropius sprak over de relatie tussen kunst en techniek. De Nederlandse architect Oud sprak over moderne Nederlandse bouwkunst. In 1928 werd Hannes Meyer directeur. Gropius wilde eigenlijk de Nederlander Mart Stam uit Purmerend. In 1930 werd Ludwig Mies van der Rohe directeur. Onder druk van het Nationaal Socialisme vertrok het Bauhaus van Dessau naar Berlijn. De Nazi's vonden het een on-Duitse architectuur. In 1933 werd de school gesloten. Bauhaus leraren en studenten zwermden uit over Europa, maar vooral de Verenigde Staten. In 1937 werd in Chicago het New Bauhaus gesticht. De ideeën van de medewerkers van het Bauhaus zouden voor decennia de ontwikkeling van de Amerikaanse architectuur en vormgeving beïnvloeden. Tel Aviv staat op de Unesco werelderfgoedlijst omdat er 4000 gebouwen staan in de Bauhaus stijl, die daar vanaf 1933 hier de dominante bouwstijl was. In Nederland stichtte Paul Citroen en Charles Roelofsz de nieuwe Kunstschool. Die was geïnspireerd op de ideeën van de medewerkers aan het Bauhaus. Tot belangrijke pleitbezorgers in Nederlanders worden gerekend Sandberg, de directeur van het Stedelijk Museum, Mart Stam, directeur van de Rietveld academie en de vormgever Piet Zwart.

Het Bauhaus na het Bauhaus
Na de tweede wereldoorlog heeft men in Ulm gepoogd het Bauhaus opnieuw leven in te blazen. Dat is niet gelukt.
In 1960 begon met in Darmstadt met de verzameling van Bauhaus archivalia. In 1971 werd dit overgebracht naar Berlijn waarin in 1979 een nieuw gebouw voor het Bauhaus archiv museum is ingericht. Het gebouw is ontworpen door Walter Gropius.

Het gebouw van het Bauhaus in Dessau werd na 1932 in gericht tot meisjesschool, opleidingscentrum voor Nazi bonzen, onderdeel van de Junckers vliegtuig fabrieken en onderdak voor een bouwbureau van Albert Speer.
Op 7 maart 1945 werd het gebouwd gedeeltelijk verwoest tijdens een luchtaanval.
Dessau kwam na de tweede wereldoorlog in de Russische bezettingszone te liggen.
In 1946 werd er getracht een nieuwe academie voor vormgeving te starten. Dat mislukte.
Tussen 1946 en 1948 werd het gebouw provisorisch hersteld. In 1961 volgde een verder provisorisch herstel. In 1964 kwam het op de voorlopige monumentenlijst van de provincie Halle. In 1965 vond verder herstel plaats. In 1974 werd het gebouw een officieel cultureel monument van de DDR. Voor het 50 jarig bestaan in 1976 werd het gebouw zoveel mogelijk in oude staat gerestaureerd.
In 1984 werd er en regionaal opleidingscentrum in gevestigd. Bij het 60 jarig bestaan in 1986 werd een centrum voor vormgeving in gevestigd.
In november 1989, toen de Berlijnse muur viel, was er in het Bauhaus het tweede Walter Gropius seminar. Daar kwam het idee naar voren van het Industrielles Garten Reich.
In 1994 werd het gebouw onderbracht bij een stichting die een collectie Bauhaus archivalia, een werkplaats en een academie beheert.
In 1996 kwam het gebouw op de werelderfgoedlijst van de Unesco.
In 1999 werd het Bauhaus Kolleg in het gebouwd gevestigd.
[1] [2]
Van vorstelijk buitenverblijf tot milieucatastrofe
Ten oosten van Dessau aan de Elbe ligt het landschapspark Dessau-Wörlitz. Hier stichtte vorst Johan George II van Anhalt-Dessau, die was gehuwd met Henriëtte Catharina van Oranje-Nassau, een buitenverblijf. Zijn echtgenote was een dochter van Prins Frederik Hendrik. Het buitenverblijf in Wörlitz was gebaseerd op de zeventiende eeuwse Nederlandse tuinen, zoals op Honselaarsdijk. In het begin van de negentiende eeuw veranderde Leopold III Friedrich Franz von Anhalt-Dessau de baroktuinen in Engese landschapstuinen. De ideeen van Rousseau speelden herin een belangrijke rol.
Het hele gebied was, cultureel gezien, rond 1900 in verval.
[4] [5] [6] [7]
In het gebied was echter een sterke industriele ontwikkeling. In Bitterfeld kwamen veel suikerrafinnaderijen. De electrochemie kwam op. In Halle werd kalizout gewonnen en grote bruinkoolvelden leverden electrische energie. In 1893 werden in Bitterfeld twee elektrochemische bedrijven gesticht. Chloor was een belangrijk produkt. De AEG was een van de stichters van deze bedrijven. De AEG van Emil Rathenau was een grote Duitse trust die produkten op basis van de patenten van Edison in Duitsland op de markt bracht. Zijn zoon Walter Rathenau was bedrijfsleider in Bitterfeld. Rond Bitterfeld onstonden vele chemische bedrijven. De geschiedenis is wat moeilijk te achterhalen. De Agfa fabrieken werden er gevestigd in Wolfen, een voorstad van Bitterfeld. De eerste kleurenfilm komt hier vandaan. In 1925 ging Agfa op in de chemietrust IG Farben. Er werden voornamelijk half fabrikanten voor kunststoffen gemaakt. In Bitterfeld werd het mosterdgas uit de eerste wereldoorlog en het moordgas Zyklon B uit de tweede wereldgas gemaakt. Er werd ook sythetische benzine gemaakt voor de Duitse oorlogsvoering. In de tijd van de DDR was een geforceerde industrialisatie in het gebied. Bruinkool was de belangrijkste vorm van energie. In 1986 was de jaarlijkse produktie 311 miljoen ton. Het leidde tot een enorme lucht- en bodemvervuiling. Het gebied tussen Halle, Bitterfeld, Dessau en Wittenberg was waarschijnlijk het meest vervuild van heel Europa. De bruinkoolwinning is nu grotendeels gestaakt, maar er is nog een belangrijke moderne chemische industrie.
[3]
Industrielles Gartenreich Dessau/Anhalt - Bitterfeld - Wittenberg
Het in de DDR opnieuw opgerichtte Bauhaus in Dessa had een ,,narrenfreiheit". Dat wil zeggen dat men eigenlijk niet serieus werd genomen. Tijdens het tweede Walter Gropius seminar, dat samen viel met de val van de Berlijnse muur in november 1989, stond het falen van het het stedebouwkundige concept van het Oostblok centraal. Steden die bestonden uit grotendeels pre-fab flats, Plattenbau, voldeden niet aan het culturele concept stad.
Dessau werd gezien als een case study.
In de uitnodiging van het symposium stond: "The 100-year phase of modern planning for extensive development (urban growth), which is now drawing to a close, and the emerging transition to intensification (redevelopment of inner-city areas) require a fundamental reassessment and reorientation of planning of the city as a whole and of its center."
Er kwamen veel commissies en veel plannen. Centrale gedachte was om de geschiedenis van het gebied rond Dessau te benutten voor een postindustrieel stedelijk gebied.
Het kwam min of meer op het volgende neer.
A - der räumlichen Planung und Kommunikation (Projekte: Forum Dessau-Wörlitzer Gartenreich; Planungswerkstatt Bitterfeld-Wolfen)
B - der baulichen Objekt-Gestaltung (Projekte: Piesteritzer Siedlung, Kolonie und Kraftwerk Zschornewitz, Kulturpalast Bitterfeld, Drehberg im Gartenreich, Bergbaufolgelandschaft)
C - der vernetzenden Gestaltung in der Region (Projekte: Pfad der industriellen Wandlung, Flusseinzugsgebiet Mulde, Regionalbahn)
D - der Bildung und Kulturarbeit (Projekte: Reisewerk, Schule der Gartenkunst, Kinderwerkstatt, Neue Arbeit)
Het gebied met de vorstelijke buitenverblijven rond Dessau en Wörlitz werd gerestaureerd.
Een ander voorbeeld project was Ferropolis; de ijzeren stad.

Reuzen van ijzer
Bruinkoolgraafmachines behoren tot de grootse bewegende structuren die de mensheid ooit heef gemaakt. Ze zijn zelfs groter dan de bewegende platformen voor de raketten naar de maan die op cape Carnaval in bedrijf zijn. Deze transporteurs (NASA crawlers) zijn afgeleid van grote graafmachines. [8] [9]
In de Verenigde Staten waren er al primitieve stoomgraafmachines rond 1840.
Maar het echte begin van stoomgraafmachine was in Engeland in 1874 met de steamnavy van Ruston & Proctor. Deze werd rond 1890 in groten getale ingezet bij de bouw van het Manchester Ship Canal, het zeekanaal van de Mersey naar de stad Manchester.
In de USA werd in 1880 in de staat Ohio de Bucyrus Foundry and Manufacturing Company opgericht. Zij maakten o.a. stoomlaadschoppen en draglines. In 1893 verhuisde het bedrijf naar South Milwaukee in de staat Wisconsin. Het bedrijf bouwde talloze graafmachines voor de mijnbouw. Vooral voor de dagbouw. In 1927 fuseerde het bedrijf met de Erie steam shovel company. In 1930 ging het samen met Ruston & Hornsby ( de opvolger van Ruston & Proctor) tot Ruston Bucyrus. In 1997 werd de grootste concurrent de Marion Power Shovel overgenomen. Dit bedrijf was in 1884 in Marion in de staat Ohio gesticht. Het bouwde grote series stoomgraafmachines voor aannemers, spoorwegen en het U.S. Corps of Army engineers. Deze laatste organisatie legde het Panamakanaal aan, na de mislukte poging van de Lesseps. Bij de aanleg van het Panamakanaal werden 102 stoomgraafmachines gebruikt; 77 van Bucyrus en de rest van Marion. De Marion Power Shovel Company bouwde enorme graafmachines voor de steenkooldagbouw. In 1965 werd de Marion 6360 gebouwd voor de Captain Mine in Illinois. De laadschop van deze graafmachine had een inhoud van 138 kub. Meter, een kleine eensgezinswoning. Het gewicht van het hele gevaarte werd opgegeven als 15000 ton. Het is inmiddels gesloopt.
In 1965 bouwde Marion Power Shovel Company de NASA crawlers die nu nog in gebruikt zijn bij het Space Shuttle programma van de NASA. Deze platformwagens wegen 2400 ton. Bij veel mijnbouwbedrijven in de USA, Canada, China en Australië zijn nog enorme draglines en laadschoppen, van vaak vele duizenden tonnen gewicht, in bedrijf. In de USA is er een van deze reuzen bewaard als museum en in Canada twee.
De grootste bruinkoolgraver die nog in bedrijf is, is te vinden in de bruinkoolconcessie Garzweiler van RWE (Rheinbraun) net over de Nederlandse grens bij Mönchen-Gladbach. Dat is "Bagger 288" met een gewicht van 14000 ton. De lengte van het gevaarte is 220 meter en de hoogte 96 meter.
In het voormalige Oost Duitsland zijn de meeste bruinkoolconcessies gesloten. Veel bruinkoolgraafmachines zijn gesloopt.

Ferropolis
Het is dus heel bijzonder dat er in Ferropolis vijf van deze enorme machines zijn bewaard.
De bruinkoolconcessie Golpa-Nord werd in 1958 gesloten. In 1991 werd begonnen met het saneren van de enorme milieuvervuiling. Het landschap werd opnieuw ingericht. In het kader van de voorbereiding van de EXPO 2000 werd in 1995 Ferropolis als project aangewezen. In 2000 werd een deel van het afgegraven gebied onder water gezet. Op een schiereiland werden 5 grote bruinkoolgraafmachine opgesteld in een halve cirkel. Er tussen werd een open lucht theater gevormd. Het inwijdingsconcert werd verzorgd door Mikis Theodorakis. Sindsdien hebben een groot aantal popgroepen er concerten gehad. De herinrichting van het landschap gaat nog voort. In 2006 werd Ferropolis opgenomen in de Europese route van de Industriekultuur.

De bruinkoolgravers in Ferropolis hebben bijnamen gekregen. "Mad Max" weegt 1250 ton. De hoogte is 27,9 meter en de lengte 79,2 meter. Het gevaarte werd voortbewogen op rails en was draaibaar.Hij is in 1962 gebouwd bij het VEB Förderanlagen Köthen. Het grootste gevaarte is de "Gemini" van 1980 ton. De hoogte is 30 meter en de lengte 125 meter. Het gevaarte is in 1958 bij het VEB Förderanlagen Köthen. Het bewoog voort op rails en werd door 6 tot 8 man bediend. De op-een-na grootste is "Big Wheel" van 1718 ton. De hoogte is 31 meter en de lengte 74,5 meter. Het gevaarte werd bediend door 3 tot 5 man. Hij is in 1984 gebouwd door TAKRAF Lauchhammer. De oudste is de "Mosquito"uit 1941. Deze is gebouwd bij de Maschinefabriek Buckau. De vijfde is de "Medusa"uit 1959 van 1200 ton. Door de torenkraan boven op de gevaarte is dit 36 meter hoog.

Conclusie
Hoewel de opvolger van het Bauhaus in de voormalige DDR slechts een beperkte maatschappelijk rol speelde, leidde de val van de muur en de ineenstorting van de DDR industrie tot mogelijkheden om delen van het concept Industriële tuinenrijk van Dessau-Wörlitz te verwezenlijken.
Het Bauhaus van de jaren twintig en dertig was omstreden. De ideeën van het huidige Bauhaus zijn eveneens omstreden.
De vijf bruinkoolgraafmachines in Ferropolis behoren net als het gebouw Bauhaus tot het werelderfgoed. De ijzeren stad is een voorbeeld van het denken over hergebruik van overbodige industriële overblijfselen. Het feit dat ze worden geassocieerd met een ernstige milieuvervuiling doet niets af aan het technisch belang.
De inrichting van het vernietigde landschap met meren, bossen en jachthavens laat zien hoe snel de natuur zich kan herstellen. Het is opnieuw een plaats waar geschiedenis wordt geschreven.

© Jur Kingma kingma@planet.nl

een portofolio van bruinkoolgravers in Ferropolis
[ 10 t/m 19]

Verdere informatie:
Jeannine Fiedler, Peter Feiereabend, "Bauhaus" ( Keulen, 1999) Nederlandse vertaling 2000
Annemieke Hendriks, "IJzeren tuinen" in "de Groene Amsterdammer" 17 november 1999 14-15.
Thiese Schröder ( red) Bauhaus Dessau, Industrielles Gartenreich (uitgave Stiftung Bauhaus Dessau, 1999)
Harald Kegler, "Ferropolis - Die stadt aus Eisen. Festschrift zum 10. Jubiläum der Stadtgrüdung" (uitgave Ferropolis GmbH, 2005).
Eric C. Orleman, "Riesenbagger in Aktion" Engelse oorspronkelijke uitgave 2003 , (Duitse uitgave Heel Verlag Köniningswinter, 2004)
Lothar Eissmann, "Die Erde hat Gedächtnis. 50 Millionen Jahre im Spiegel mitteldeutscher Tagebaue" (Sax-Verlag, 2000) ISBN 3-930076-91-8

Informatie op internet:
http://www.bauhaus.de/bauhausarchiv/index.htm
http://en.wikipedia.org/wiki/Bauhaus
http://www.bauhaus-dessau.de/index.php?Aktuelle-Informationen-1
http://www.industrielles-gartenreich.de/
http://www.gartenreich.com/
http://nl.wikipedia.org/wiki/Parklandschap_Dessau-W%C3%B6rlitz
http://www.braunkohlenstrasse.de/
http://www.ferropolis-online.de/
http://www.dekunsten.net/dk-trips-ferropolis.html
http://en.wikipedia.org/wiki/Bucket-wheel_excavator
http://www.oih.rwth-aachen.de/~hendrik/bagger.html
http://www.rwe.com/generator.aspx/standorte/braunkohle/tagebaue/garzweiler/language=de/id=8772/garzweiler-page.html
http://en.wikipedia.org/wiki/Marion_Power_Shovel