Duitse interventie door kleine oppervlakte schepen

Op het hoogtepunt van de oorlog aan het westelijk front, was er van de kriegsmarine, behalve de gevreesde U-boten, nog maar weinig over.De grote vestzakschepen waren al eerder buiten gevecht gesteld, andere grote schepen zaten vast in havens of fjorden en waren gelukkig tot niets doen gedoemd.
Een uitzondering vormden echter de S-boten die regelmatig ingezet konden worden.
Ook waren er nog veel andere kleine schepen voor uiteen lopende taken zoals de M-boten, artillerie schepen en torpedoboten.
Aan de hand van de 3 afgebeelde fraaie illustratie pagina's van Jean Restay - C_ Histoire & Collections 2009, wordt nader op de lotgevallen van deze specifieke schepen ingegaan.

KLEINE OPPERVLAKTE SCHEPEN.
pagina A_boven: Minensuchboot 1943

Deze was was een vergrootte opvolger van de mijnenjager M-boot 40. Om het bouwtempo te versnellen werden deze schepen niet meer op de conventionele manier gebouwd, maar in afzonderlijke secties die achteraf op een scheepswerf werden samengevoegd, zoals de U-boot type XXI.
Ze werden gebouwd op verschillende locaties in Europa: Wenen, Toulon, Rostock en Königsberg.

Zoals ook de voorganger M-boot 40 had de 43 kolen gestookte stoommachines waardoor deze vooral aan het eind van de oorlog makkelijk operationeel bleef.

Hoewel de 43 hoofdzakelijk voor mijn opsporing bedoeld was, werd hij zowel uitgerust met dieptebommen voor duikboot bestrijding, als voor torpedoboot training, waarvoor 2 torpedobuizen werden aangebracht.

Van het M-boot type 43 werden in totaal 160 stuks besteld, maar slechts 17 werden in de vaart gebracht. Op één na overleefden ze alle de oorlog en werden door de geallieerden overgenomen, sommige bleven in actieve dienst tot in de 60tiger jaren.


pagina A_midden:Schnellboot 1939-1943

De S-boot van de 1939-1940 was de grootste van de snelle aanvalsschepen die gedurende oorlog in Duitsland gebouwd werden.
Gedurende die tijd werden ze ook regelmatig op basis van gevechtshandelingen verbeterd, b.v. is de verdrievoudigng van de lichte luchtafweer aangebracht.
Ook werden ze vanaf de S100 uitgerust met een gepantserde stuurhut om de bemanning te beschermen tegen lucht aanvallen en Engelse MGB en MB boten.
De zware 20 cylinders Daimler Benz Dieselmotor kon een snelheid van boven 40 knopen bereiken.
" Deze snelheid betreft uittesten, echter volledig uitgerust, (bewapening en brandstof) werd een sneheid van ongeveer 37 knopen bereikt. Overigens hadden de boten S101-S122 geen 'Kalottenbrücke' ".
Bovenstaande correctie werd ontvangen door Urs Hessling op 10-10-2012

De meeste van de 100 boten werden door mijnen, gevechten met de Engelse marine of luchtaanvallen tot zinken gebracht.
De overgebleven vaartuigen werden na de oorlog aan de Soviet Unie, Denemarken en Noorwegen gegeven. In de Soviet Unie werden ze tot 1950 gebruikt en een aantal later teruggeven aan de Duitse Bundesmarine waar ze op experimentele basis gebruikt werden.

Het afgebeelde schip is de S-188 van het 8e flottilje gestationeerd in Boulogne-sur-Mer.
KeK is de afkorting van de naam van de commandant Karl-Erhard Karcher.


pagina A_onder: Minenrämboot.

Deze 'Räumbote' of R-boten waren kleine maar robuste mijnenvegers ontworpen om in ondiepe wateren zoals havens en op rivieren en onder de kust te opereren. Tussen 1933 en het eind van de oorlog werden er zo'n 300 gebouwd in verschillende series met kleine wijzigingen.

LANDINGSVAARTUIGEN_luchtdoelartillerie schepen.

pagina B_boven: zwaar bewapend flak landingsvaartuig
Bewapenig: 2 flak vierling batterijen, 37 mm geschut in tweeling opstelling en een 88 mm kanon.
Doel: escorteren van transporten op de Seine.


pagina B_midden:Marine Artillerie Leichter (MAL).

Dit kleinste landingsschip van de Kriegsmarine, ontworpen volgens de specificaties van het Duitse leger, was bedoeld voor de operatie Barbarossa, de aanval op de Sovjet Unie.
De bedoeling was om in de Kaspische zee actief te zijn en olietransporten van Baku naar Astrakan aan te vallen. Daartoe moest de MAL over land getransporteerd worden hetgeen met de MNL en AFP typen onmogelijk was.
De bewapening bestond uit een Flak vierling en stukken 88mm geschut.


B_onder: Artilleriefährprahm (AFP).

Een soort van artillerie veerboot, oorspronkelijk een provisorische voorziening, werd voor diverse operatie ingezet als kanonneerboot zowel in het Kanaal, De Middellandse en de Zwarte Zee.
Deze zeer bruikbare schepen werden af en toe ook voor kustbombardementen, mijnen leggen en escorteren ingezet.
De bewapening was aanzienlijk: 2 maal 88m vuurmonden, 2 flak vierling stukken, een mitrailleur en een 37 mm kanon.
De bepantsering bedroeg 20 mm tot 100 mm voor de opbouw en de munitiekamer.


C_boven: Torpedoboot type 1937

Dit type was een licht verbeterde torpedoboot type 1935.
Hoewel de keteldruk was gereduceerd, waren de prestaties ontoereikend. Bovendien was er sprake van slechte balans door de bewapening.
Dit leidde er toe dat veel van deze schepen voor U boot training werden gebruikt.In het eind van 1944 werden ze ook gebruikt, om samen met kruisers en pantserschepen, kustbombardementen in de Baltische Zee uit te voeren.
Bewapening: 6 torpedobuizen en een 105 mm kanon.
Lengte: 82 meter
Hoogste snelheid: 35,5 knopen.


C_onder: Flotten Torpedoboot type 1939.

De opvolger van het type 1935 en 1937 werd een geheel ander ontwerp. Waren de vorige schepen gericht op torpedo aanvallen, dit schip kon meerdere taken uitvoeren.
Zowel voor torpedo aanvallen als luchtverdediging als escorte taken, was er eigenlijk sprake van lichte destroyer. Wel 1,5 knoop minder snel , maar een van de beste schepen van dit type van de Kriegsmarine.
aangezien ze pas in 1943 operationeel werden, zagen ze voornamelijk actie in de Baltische zee maar ook tijdens de invasie in Normandië.
De schepen die de oorlog overleefden deden weer dienst bij de Franse marine, omgedoopt tot Le Lorrain en L'Asacien en de Russische marine tot in de 50tiger jaren van de vorige eeuw.
Bewapening:
4 maal 105 mm kanons, 4 maal 37 mm stukken, 8 tot 12 20 mm luchtdoelgeschut en 6 torpedolanceerbuizen.
Lengte 97 meter en zwaardere bepantsering.

bronnen:
Militaria Magazine nr.72
www.german-navy.de

Naschrift:

Op dit artikel kwam een reactie van iemand die als jongen van 7-9 jaar van 1946-1948 in De Helder woonde vlakbij de Rijkswerf.
Hij herinnert zich de duitse schnell en minenräumboote die daar lagen compleet met de duitse bemanningen.
Vaak werd er s'nachts proefgedraaid waardoor er een constant brommen te horen was.
Van de duitse uniformen waren de nazi emblemen verwijderd en in plaats daarvan werd een armband gedragen met de letters GM/SA ( German Mine Sweeping Administration )
Het is duidelijk waarom die schepen daar lagen en wat hun taak tot 1949 is geweest.