Van Aarle's Klompenfabriek

70 Jaar op klompen.

Wij hadden thuis een gemengd bedrijf met koeien er bij.
Klompen maakten wij seizoens gebonden, eerst nog met de hand.
Mijn vader met zijn broer en mij van jongs af aan en loop daarom nu al 70 jaar op klompen

Mijn oom had een opmerkelijk vaste hand om de klompen te beschilderen.

Wij maakte allerehande typen. Allereerste de Noord-Hollandse voor de veehouders , die werden vooral verkocht in Purmerend. Verder hoofdzakelijk in Noord-Holland, dus ook in de Zaanstreek gele ruitjesklompen; klompen met een puntige maar afgeplatte neus en met een uitgesneden ruitjespatroon. Die zie je tegenwoordig nergens meer.
Voor Friesland werden zwartgeverfde klompen geleverd; gewone en tripklompen. Dan was er nog het luxe-model met een gedeeltelijk rode beschildering en versierd met koperen nagels.
Die verkoop ik nog steeds in onze winkel.
Tenslotte werden ook schippersklompen geleverd, waarvan het bovenwerk van leer was.

Het gebruikte hout kwam van de plaatselijk gekapte populier, voor de ‘betere’ klomp werd de iep gebruikt. Deze liet geen water door en was daardoor poulair bij slachterijen en melkfabrieken.

Het huidige fabrieksgebouw werd in de oorlogsjaren (topjaren voor de klompen industrie) tussen 1943 en ’44 gebouwd, met gebruikmaking van stenen uit de resten van gebombardeerde huizen in Eindhoven.

Ik heb er altijd graag gewerkt met de lintzaag en was bij gebrek aan een opvolger tot 2 jaar geleden de laatste diriecteur.

L. van Aarle, Augustus 2009 Best (Noord-Brabant)


NAGEKOMEN INTERVIEW
Laatste Bestse Klompenmakerij
Op 4 mei 2010 waren de 2 leden van de dialectgroep van de Heemkundekring Dye van Best, Willem van Laarhoven en Jan Vogels te gast bij de laatste nog in tact zijnde klompenfabriek van Best, die van Leo van Aarle aan de St. Oedenrodeseweg nr 23.
Leo van Aarle
Leo is in 1931 in Olland geboren. Zijn vader maakte aldaar met zijn 5 broers klompen. Een van die broers was ome Jan die toen al in Beste woonde tegenover het Zwart Bakje. Het Zwart Bakje was een chauffeurscafé op de hoek van de Bosscheweg en de Nieuwe Dijk. In 1944 verhuisde zijn vader met zijn gezin naar Best naar het huis van de twee zussen van hun moeder. Daar was toen ook al een klompenmakerij. Leo was toen 12 jaar.
Zijn vader liet samen met ome Jan een nieuwe klompenfabriek bouwen.
Deze werd gebouwd van gebruikt materiaal.
De golfplaten waren afkomstig van een oud kippenhok en de stenen waren afkomstig van kapot gebombardeerde woonhuizen. De fabriek was toen al volledig gemechaniseerd. Leo kwam in Best in de 5e klas waarin 50 kinderen zaten. Hij heeft 2,5 jaar in de vijfde klas gezeten. Het eerste jaar was hij blijven zitten in verband met de grote leerachterstand van de school uit Olland en daarna werd het begin van het schooljaar verplaatst van de maand april naar de maand september. Wegens de oorlog heeft hij maar 3 maanden in de 6e klas gezeten. Daarna kwam hij thuis. Toen de oorlog afgelopen was ging hij in Rooij naar de Ulo. Hij ging daar samen met enkele buurtgenoten met de fiets, voorzien van volbanden, naar toe. Na 2,5 jaar Ulo kwam hij thuis en werkte vanaf zijn 17e jaar mee in de klompenmakerij. Gedurende 1,5 jaar heeft hij eerst klompen met de hand gemaakt. Dit was nodig om mallen te kunnen maken.
Een mal was een modelklomp die met de hand gemaakt werd. De mal werd in de machines geplaatst om er vervolgens klompen naar dat model mee te produceren.
Een mal werd gemaakt van notenhout of nog beter volgens Leo van acacia, een nog slijtvastere houtsoort.De mal was dus erg belangrijk bij de machinale productie van klompen. Vandaar dat Leo eerst moest leren om met de hand klompen te maken. Omdat de klompenmakers vakschool in Best inmiddels was opgeheven ging zijn neef in Rooij naar de vakschool.
De leraren werden door het Rijk betaald en de studie duurde 4 jaar. Hier werden alle aspecten van het klompenmakers handwerkvak geleerd. Toen de vakschool in Rooij wegens te weinig leerlingen werd opgeheven, is deze nog enige tijd voortgezet bij klompenfabriek van Aarle. Daar gaf Mies van Erp uit Best, die toch al bij van Aarle werkte, een paar dagen in de week les. Best heeft dus behalve de vakschool in de Nieuwstraat nog een tijdje een tweede vakschool gehad bij van Aarle. Op het hoogtepunt werkte er 8 mensen in de klompenfabriek.
De productie lag toen op max . 800 paar per week. De verkoop ging gedeeltelijk via een grossier en eigen verkoop aan winkels. Hiervoor ging zijn vader beurtelings met ome Jan een week met de trein naar hun klanten. Ze vertrokken op maandagmorgen en kwamen op de vrijdagavond weer thuis. De houtsoorten die verwerkt werden waren kannidassen (Canadese populieren), wilgen en iepen.
De iepen klompen werden uitsluitend door van Aarle gemaakt. Ze sleten minder snel, waren waterdicht, maar waren wel zwaarder. Ze werden voornamelijk gebruikt in de visindustrie. Het productieproces zag er als volgt uit: de bomen werden door de transporteur thuis op de werf afgeleverd. Met een giek werden de bomen neergelegd om in bollen gezaagd te worden. Dit gebeurde aanvankelijk met een stootzaag. Later werd hiervoor een kettingzaag gebruikt. De bollen gingen vervolgens naar de lintzaag waar deze werden verzaagd in “stukken”. Dit zijn stukken hout waaruit een klomp gemaakt wordt. Deze stukken werden in een kopieermachine gezet, die er een paar volle klompen van draaide. Daarna werden deze volle klompen in 2 keer geboord (uitgehold). De eerste keer werden ze “voorgeboord”. Hierbij werden de klompen grof uitgehold. Bij de tweede keer boren werden ze “gezuiverd”. Hierbij werden de klompen verder uitgeboord in de vorm van een voet. Hierna werden de klompen ontdaan van de centers waarmee ze in de kopieer- en boormachine hadden gestaan. Dit werd gedaan met een tutmes op een snijpaardje. Later werd dit door een freesmachine gedaan.
Daarna werden de kappen van de klompen scherp aangesneden. Dit gebeurde door het “Bakkesmachien” waarbij ook de gaatjes voor het aan elkaar binden in de klompen geboord werden. Hierna werden de klompen opgestapeld in een droogschop. Na 2 à 3 weken waren ze al tamelijk droog en gingen ze naar de droogoven. Deze werd gestookt met afvalhout van de lintzaag, kopieermachine en boormachine. Na 3 à 4 dagen waren ze kurkdroog zodat ze geschuurd konden worden.
Ze werden geschuurd met een schuurmachine waarop een schuurband liep. Klompen die geschilderd moesten worden, werden voor een 2e keer geschuurd (korrel 120). Ook werden de klompen aan de binnenkant geschuurd met de uitschuurmachine. Het schilderen gebeurde door iedere fabriek in een eigen model. De hoofdkleur was geel.
Met een biezentrekker werden er vlakken in geplaatst welke met gele en bruine verf werden opgevuld. Daarna werden ze gevernist en waren ze klaar voor transport. Leo heeft tot zijn 70e jaar klompen gemaakt.

BRON:
Jan Vogels/Willem van Laarhoven
De oude knipselkranten!!!

www.heemkundebest.nl/image1lib/uitdekelder201007.pdf