Italiaanse huurling in dienst van de Dominicaanse Republiek

DE JAREN ZESTIG.


De toenmalige president Joaquín Balaguer, lid van de PR (Partido Reformista) en stroman van Trujillo, bracht een democratisering op gang en wist de macht van de Trujillofamilie te breken door al hun bezittingen te confisqueren. Daardoor verkreeg de Dominicaanse Republiek plotseling de grootste staatssector in de economie van alle Latijns-Amerikaanse landen. Aan de verkiezingen van dec. 1962 zou voor het eerst ook de overwegend analfabete plattelandsbevolking, de campesinos (ca. 70% van de bevolking), deelnemen. Vandaar dat de agrarische kwestie in het centrum van de belangstelling stond. Enkele maanden voor de verkiezingen vaardigde de regering een wet uit die de verkoop op afbetaling van een gedeelte van de geconfisqueerde landgoederen van Trujillo aan landloze boeren toezegde. Juan Bosch echter, de leider van de linkse PRD (Partido Revolucionario Dominicano), die de steun van zowel de stedelijke arbeiders als de plattelandsbevolking kreeg, won de verkiezingen.
In een nieuwe grondwet kondigde hij zowel de opdeling van de uitgestrekte landerijen (latifundios) als de integratie van de kleine stukken grond (minifundios) tot rendabele eenheden aan. Aan uitvoering kwam hij niet toe. Verdacht van 'communistische sympathieën' werd hij al na een half jaar afgezet door een militaire staatsgreep onder leiding van kolonel Wessin y Wessin. De junta maakte vervolgens weinig werk meer van de agrarische kwestie. Mede daardoor groeide het verzet en ontstond er ook binnen het leger oppositie. In 1965 kwamen progressieve jonge officieren in opstand, die onmiddellijk steun kregen van de constitutionalisten, voornamelijk aanhangers van Juan Bosch. Toen dit dreigde uit te lopen op een revolutionaire volksbeweging, intervenieerden de Verenigde Staten.
President Johnson zond 20!000 mariniers naar Santo Domingo: de eerste rechtstreekse militaire interventie in Latijns-Amerika sinds de jaren twintig. Een voorlopige regering organiseerde op 1 juni 1966 presidentsverkiezingen. Deze werden gewonnen door Balaguer, die financieel gesteund werd door de elite én door de Verenigde Staten, wat hem in staat stelde met een actieve campagne op het platteland de meerderheid van de campesinos aan zijn kant te krijgen. Hij versloeg zijn grootste rivaal Bosch. In sept. 1966 verlieten de Amerikaanse mariniers, die inmiddels onder het vaandel van de OAS waren geplaatst, het eiland.


bron: www.worldwidebase.com