Evacuatie van Duinkerken met de inzet van Nederlandse kustvaarders

Dover, Duinkerken en Dutch Skoots.

Hoewel het einde van de tweede wereldoorlog al weer 66 jaar achter ons ligt, blijft deze periode ons bezig houden. Het perspectief waar mee we naar deze periode kijken is regelmatig verschoven. Eerst waren de Nederlanders slachtoffer van bombardement, bezetting en hongerwinter. Later werden ze tot medehelper van deportaties en meelopers. Van de heldhaftige strijdtonelen van de meidagen en van het verzet bleef soms niet veel meer over als verwarring en onmacht. Grijs werd het modewoord. De laatste tijd kantelt het beeld opnieuw en is er weer ruimte voor helden. Recente biografieën over Pim Boelaarts en Walraven van Hall wijzen daarop. Niemand wordt er op voorbereid een held te worden. Mensen kunnen in een situatie komen waar ze boven zich zelf uitstijgen. Ze komen in situaties waarvan ze zich het bestaan zelfs nooit hadden kunnen voorstellen. Vaak is er niet veel keus. Ze zijn er niet op voorbereid en ze kunnen slecht handelen uit hun diepste instincten van goed en kwaad. Ze kunnen gewone mensen helden worden. Nederlandse zeelieden werden door de vaarplicht gedwongen de geallieerden te dienen tijdens de oorlog. Van alle strijdende Nederlanders hadden zij het grootste aantal slachtoffers te betreuren. In dit verhaal komt behalve de rol van Dover de tweede wereldoorlog ook die van Nederlandse kustvaarders in geallieerde dienst aan de orde.
Dover
Deze zomer was ik enige dagen in Dover, een plaats met een bewogen geschiedenis. Het kasteel van Dover stamt uit de middeleeuwen. In de loop van enige eeuwen werd het een van de grootste forten van West Europa. In de Napoleontische tijd werd er begonnen met het graven van een stelsel van ondergrondse gangen. In de tweede wereldoorlog werd dit gangenstelsel in gebruik genomen als hoofdkwartier van Admiraal Ramsay. Het oostelijke gangenstelsel werd de marine kazemat. De volgende gang was commandocentrum voor de kustartillerie en de luchtafweer. In de rest waren kantoren en een hospitaal. Er werden dieper in de rotsen enorme ruimtes uitgehakt als opslag voor brandstof voor oorlogsschepen. Bernard Ramsay werd bij het uitbreken van de oorlog in augustus 1939 teruggeroepen uit zijn pensioen. Hij had van 1915-1918 gediend bij de Dover Patrol die het Nauw van Calais afsloot voor Duitse schepen en die het geallieerde scheepvaartverkeer naar Frankrijk beschermde. Hij was commandant van een van de oorlogsschepen geweest. Vanuit Dover werd o.a. de terugtrekking van het Britse expeditie leger uit Noord Frankrijk gepland en geregeld. Daarnaast werd het nautische deel van de invasie in Normandië hier geregeld.
Duinkerken en operatie Dynamo
Toen Hitler op 10 mei 1940 West Europa aanviel deed hij dat uit drie richtingen. De noordelijke opmars ging door Nederland. Vanuit Dover vertrokken onderzeebootjagers naar Nederland en België om in de havens vernielingen aan te brengen om de Duitse opmars te vertragen. Een tweede Duitse opmars ging door de Ardennen. Dit lokte het Franse en het Britse expeditieleger naar het noorden. Op 14 mei brak de zuidelijke Duitse opmars bij Sedan door de Franse linies. Op 22 mei waren ze tot Boulogne gevorderd. De Fransen en Britten waren omsingeld. Op 25 mei viel Boulogne en 26 mei Calais. De Britse regering gaf toen het bevel tot de terugtocht van het Britse expeditieleger. Ramsay werd opperbevelhebber van deze operatie dynamo. Hij verzamelde 15 veerboten in Dover en 20 in Southampton. Deze werden beschermd door een vloot onderzeebootjagers, korvetten, mijnenvegers en bewapende trawlers. Daarnaast waren er Britse vrachtschepen en 40 Nederlands “schuytes” of “skoots”. Dat waren kustvaartuigen die tijdens de Duitse inval uit Nederland waren ontsnapt, dan wel al in het buitenland waren. De situatie in Duinkerken werd steeds ernstiger. Op 26 mei begon de operatie. Men verwachtte de val van Duinkerken in twee dagen en hoopte 45000 man te redden. De haven van Duinkerken was door de Duitsers in puin geschoten. De relatief diep stekende onderzeebootjagers konden niet in de buurt komen zodat de manschappen met reddingsboten opgehaald moesten worden. Dit kostte veel te veel tijd. Op de 27e lukte het aan een veerboot om aan de buitenzijde van de oostelijke havenpier te meren. Deze was niet geschikt om schepen aan te laten meren, maar het was het enige alternatief. De kleinere schepen gingen nu naar het strand maar de grote schepen lagen in de rij voor de pier. Via de pier konden in een half uur 500 man worden geëvacueerd. Via het strand duurde het voor 100 man 2 uur. Vanwege de heftige Duitse luchtaanvallen werden steeds meer onderzeebootjagers naar Duinkerken gedirigeerd. Op 27 mei maakte de RAF 300 vluchten boven het strijdtoneel van Duinkerken. De Britse marine werd steeds desperater. Bijna alles wat kon drijven op de Thames werd in de richting van Duinkerken gestuurd: brandweerboten, jachtjes, havensleepboten, rondvaartboten en zeilende binnenvaartschepen. Zo’n 200 voeren er heen en weer tussen het strand en de grotere schepen. Het werd steeds gevaarlijker met toenemende Duitse luchtaanvallen, mijnen en onderzeeboten. Scheepswrakken begonnen ook een gevaar te vormen. Ook de hospitaalschepen werden aangevallen door Duitse jagers. Op de laatste dag, 3 juni, wisten, Britse, Fransen Nederlandse en Belgische schepen nog 26000 man te redden uit de Duitse handen. Aan het einde van operatie Dynamo hadden de Britse onderzeebootjagers en mijnenvegers 143000 man geëvacueerd, de koopvaardijschepen zoals veerboten 88000, vissersboten 18000 en de Nederlandse “skoots” 22500 man. Op 4 juni vertelde Winston Churchill het Lagerhuis dat 338000 Britse en Franse soldaten waren geëvacueerd naar Engeland. Er hadden 693 Britse schepen deel genomen aan operatie Dynamo. Daarvan waren 188 kleinere vaartuigen, acht passagiersschepen, een hospitaalschip, trawlers, mijnenvegers en zes onderzeebootjagers verloren gegaan. Slechts 13 van de 40 onderzeebootjagers waren onbeschadigd. Het Britse en Franse leger had alle uitrusting achter moeten laten. Maar de geëvacueerde troepen waren onmisbaar om Engeland te verdedigen tegen een mogelijke Duitse invasie.
Nederlandse kustvaarders tijdens operatie Dynamo
De ontsnapte Nederlandse kustvaartuigen kwamen vanaf 16 mei 1940 onder beheer van de uitgeweken Nederlandse regering in Londen. Schepen en bemanning stonden ter beschikking van de Nederlandse regering. Op 22 mei vorderde de Britse regering de kustvaartuigen ten behoeve van operatie Dynamo. Ze kregen een marine status en werden bemand door Britse zeelieden.
Op 27 mei werden de Nederlandse kustvaarders Hilda en Doggersbank ingezet. In de loop van de dag kwamen er nog 13 Nederlandse coasters bij. De Lena, Hebe en Oranje namen ook daadwerkelijk al die dag troepen aan boord. De Abel Tasman, Alice en Kaap Falga arriveerden op 28 mei ’s morgens met munitie en levensmiddelen. De Aegir maakte zesmaal de overtocht en redde 835 man, de Reiger bracht in 5 tochten 592 man in veiligheid. De Hondsrug bracht 1455 man in veiligheid en de Patria 1400 man. De Alice, de Horst en de Sursum Corda gingen verloren. De Alice, die vol met melk, kaas, boter, corned beef. Rum en whisky zat, werd later geplunderd door de Duitsers. Wikipedia komt tot een groter aantal geredden en een verlies van 7 Nederlandse schepen. Een aantal Nederlandse kustvaarders werden daarna ingezet bij de evacuatie van een deel van het Britse leger bij Le Havre. Daarbij gingen twee Nederlandse kunstvaartuigen verloren. Nadat de schepen weer teruggekeerd waren naar de eigenaars, werd de vaarplicht van kracht voor alle bemanningsleden. Dit was een dienstplicht voor zeelieden. Dit werd eigenlijk pas vanaf 1942 geformaliseerd. Velen voelden dit als een soort slavernij. De kustvaarders werden grotendeels actief in het Engelse kustverkeer. Daar werden ze vaak slachtoffer van luchtaanvallen of zeemijnen. Sommigen verdwenen met man en muis. Daarnaast was varen gevaarlijker geworden omdat vuurtorens en boeien niet meer verlicht waren. Ook in konvooien gebeurden aanvaringen. Het gebrek aan onderhoud ging zijn tol eisen. Een aantal Nederlandse kustvaartuigen kreeg een militaire functie zoals Balloon barage vessel. De RAF nam 21 schepen in dienst als balloon vaartuig. Deze schepen kozen ’s nachts positie rond havensteden als Liverpool en lieten dan aan een kabel een grote balloon op die de Duitse nachtelijke bommenwerpers moest hinderen. De schepen werden gevaren door Nederlanders. Brits personeel bediende de balonnenpomp en lier. Later werden enige kustvaartuigen gevorderd voor de lading in Normandië. Zij voeren met Nederlandse bemanningsleden. Het eerste schip dat Caen binnen liep na de bevrijding was een Nederlandse kustvaarder.
Hellfire Corner
Na de val van Frankrijk werd Dover in feite een frontlijn stad omdat het binnen het bereik van het Duitse geschut bij Cap Gris Nez lag. Daarnaast waren er veel aanvallen van Duitse bommenwerpers. Vandaar de naam Hellfire Corner. In 1941 werd een nieuw gecombineerd hoofdkwartier in het tunnelcomplex ingericht. Het aantal tunnels werd uitgebreid. Ook de Britten stelden lange afstandsgeschut op. In 1942 werd besloten een gecombineerd hoofdkwartier voor de invasie te bouwen in Portsmouth. Omdat toen nog niet was besloten waar de invasie plaats zou vinden, werd ook in Plymouth(Devonport) en Dover begonnen met de bouw van zo’n hoofdkwartier. Tijdens de operatie Overlord vond in Dover de operatie Fortitude plaats om de Duitsers het idee te geven dat de invasie in de buurt van Calais plaats zou vinden.
The little ships of Dunkirk
Het beeld dat de Britten hebben van hun geschiedenis is nooit grijs. Hoewel daar een hoop kanttekeningen bij zijn te plaatsen zoals bijvoorbeeld bij hun rol in het Englandspiel. Vanaf 1965 wordt jaarlijks een herdenkingstocht gehouden van de Little Ships of Dunkirk. De eerste keer waren er 43 scheepjes aanwezig. Een jaar later werd een vereniging opgericht van eigenaren van deze scheepjes om de geest van Duinkerken levendig te houden http://www.adls.org.uk/t1/ . Er zijn nu 100 eigenaren lid. Er worden regelmatig bijeenkomst georganiseerd. En eens in de vijf jaar varen deze scheepjes onder begeleiding van de Royal Navy naar Duinkerken. Dit geeft het enorme verschil aan in herdenkingscultuur tussen Nederland en Engeland. Terwijl de Nederlandse kustvaartuigen waarschijnlijk meer manschappen hebben vervoer dan de inmiddels befaamde little ships, weet vrijwel niemand in Nederland iets over de rol van de Nederlandse schepen bij operatie Dynamo. De Little Ships hebben langzamerhand dezelfde iconische status als de Battle of Britain, de Battle of the Atlantic, de Blitz en al die andere zaken die onderdeel uitmaken van het Britse collectieve bewustzijn. Het wordt ook in Nederland tijd voor een herwaardering van rol van de vaarplichtigen in de oorlog.

Jur Kingma - Uden 15-08-2011


Literatuur:
Hans Beukema, “Varen op twee fronten. Een epos over kustvaarders in W.O. II” (Delfzijl, 2000).
A.J. Barker, “Dunkirk. The great Escape” (London, 1977)
J.G. Coad, “Hellfire Corner. Dover Castle’s Secret Tunnels and the Dunkirk Evacuation”. ( English Heritage, 1993, reprint 2010).
http://en.wikipedia.org/wiki/Little_ships_of_Dunkirk#cite_note-6