Mimi en Toutou verslaan een graaf.

In het hart van Afrika vaart op Lake Tanganyika al bijna een eeuw een voormalig Duits stoomschip. De geschiedenis van dit schip, de Liemba, is uniek in de maritieme geschiedenis. Zo raakte ze in de eerste wereldoorlog als Graf von Götzen verwikkeld in een echte zeeslag. Ze lag lang tien jaar in half gezonken toestand aan de kust van Lake Tangayika voordat ze als weer in vaart werd genomen.

In de Oudheid en in de Middeleeuwen betrof het vervoer van schepen over land vaak oorlogsschepen. Het speelde een cruciale rol bij de val van Constantinopel in 1453.
Zo werden verrassingsaanvallen uitgevoerd. Dat is eigenlijk ook in de 20e eeuw nog steeds gebeurd. Beroemd is het transport van de Engelse motorkanonneerboten Mimi en Toutou in de Eerste Wereldoorlog per spoor van Kaapstad naar de Belgische Congo. Vandaar werden ze door locomobielen en mankracht door de wildernis naar Lake Tanganyika getrokken. Door een verrassingsaanval schakelden ze het veel grotere Duitse schip Graf von Götzen uit. De Duitsers raakten hierdoor hun machtsbasis in dit deel van Afrika kwijt.In de dit verhaal komt de geschiedenis van de Graf von Götzen aan de orde en de strijd op Lake Tanganyika tussen Europese koloniale machten. Voor een beter begrip van de maritieme schermutselingen in centraal Afrika begint het verhaal met een kort overzicht van de kolonisatie van Afrika.

Duitsland en de verdeling van Afrika.
Met de ontdekkingstochten van de Portugezen begon het Europese kolonialisme. Dat bestond vooral uit handelsposten waar men de handel in belangrijke producten zoals specerijen, edelmetalen en verfstoffen monopoliseerde. In de strijd tussen de Portugezen en Spanjaarden (Castilië) bemiddelde in 1494 de Paus met het verdrag van Tordesillas, waarbij de wereld door een meridiaan in twee invloedssferen werd verdeeld.
De belangrijkste landen die zich hier niets van aantrokken waren de protestantse handelsnaties Holland (en Zeeland) en Engeland (en Schotland). Frankrijk kwam laat op het koloniale toneel. Ze werden door de Britten uit India verdreven. Ze wisten de Spanjaarden een aantal suikereilanden in de Caribische Zee afhandig te maken. Franse pelshandelaren stichtten handelsnederzettingen in het Noord Oosten van Noord Amerika en Louisiana was een kolonie aan de Mississippi. Afrika was alleen gekoloniseerd met forten aan de “Slavenkust” aan de Golf van Guinee en een victualiënhaven aan de Kaap de Goede Hoop. Andere nederzettingen hadden nauwelijks betekenis. In de 19de eeuw ging het patroon veranderen. Het was eeuw van de ontdekkingsreizen in Afrika met een zoektocht naar de bronnen van de Nijl en de Congo.

Ontdekkers claimden hele gebieden voor hun vaderland, dat door het publiek gedwongen werd om de claims accepteren. In de tweede plaats gingen landen zich steeds meer als soeverein van koloniale volken gedragen. Soms werd dat uitgelokt door opstanden zoals de Indian Munity in 1857. Maar ook het steeds sterker wordende Europese nationalisme na de Napoleontische oorlogen droeg bij aan de verschuiving van indirect rule naar direct rule. Dat wil zeggen dat de verhouding tussen kolonisator en gekoloniseerde veranderde van een afgedwongen handelsverdrag door de kolonisator in de stichting van een koloniale natie die werd bestuurd door de kolonisator. Verder toonden Christelijke missiegenootschappen in toenemende mate belangstelling voor de heidense Afrikanen. Zij voerden ook een strijd tegen de toen nog belangrijke slavernij.

Noord-Afrika viel formeel onder de Ottomaanse sultan maar die had daar nauwelijks iets te vertellen. Lokale potentaten zoals de Bey van Tunis maakten daar de dienst uit. Kaapvaart was een van de belangrijkste bronnen van inkomen. Deze Barbarijse zeerovers vormden lang een gevaar voor de Europese handelsvaart. Er waren verschillende strafexpedities van Westerse marines tegen Tunis, Algiers etc. In de tweede helft van de 19de was er een flinke immigratie van Westerlingen die zich flink in de lokale economie nestelden. Nadat de Fransen in 1871 de oorlog tegen Duitsland hadden verloren, was er behoefte aan nieuwe bronnen van nationale trots. Dat werd o.a. geprobeerd door Tunesië en Algerije een protectoraat op te dringen. Algerije was al in 1830 onderworpen. Andere Franse koloniën die na 1871 onderdeel werden van het Franse rijk waren o.a Vietnam en Cambodja in Azië en Gabon, Dahomey, Niger etc in West Afrika. In deze tijd begon ook Duitsland te zoeken naar een plaats onder zon. De spanningen tussen De Britten, de Fransen en de Duitsers begon op te lopen. De Franssen wilden een Afrikaanse kolonie van de Atlantische naar de Indische Oceaan. De Engelsen wilde een serie kolonies van vanaf Kaapstad tot aan Cairo. Koloniale gebieden werden steeds meer pionnen in het handhaven van het machtsevenwicht. In Duitsland gedroeg de Deutscher Kolonialverein zich als een pressiegroep. In 1884-1885 werd op initiatief van Bismarck in Berlijn een conferentie over de strijd om Afrika gehouden. Men legde toen vast dat een land alleen een gebied kon claimen als kolonie als het er in de praktijk ook de dienst uitmaakten. Bismarck was zelf geen grote voorstander van Duitse koloniale plannen. Maar nadat hij in 1890 door Keizer Wilhelm II was afgezet, ging deze met veel enthousiasme op het koloniale pad. In korte tijd waren Tanganyika in Oost Afrika, Rwanda en Urundi in Centraal Afrika, Kameroen en Togo in West Afrika en Zuid-West Afrika (het huidige Namibië) Duitse koloniën. Het uitmoorden van 80% van het Herero volk in Zuid-West Afrika geldt tegenwoordig als de eerste Duitse genocide. De Afrikaanse kolonisatie bleef tot aan de eerste wereldoorlog een bron van spanning tussen de Europese machten. Het Agadir incident in 1911 bracht Duitsland in een ernstig conflict met Engeland en Frankrijk. Een openlijke strijd werd vermeden, maar in 1914 werden de gekoloniseerde volken meegesleurd in de eerste wereldoorlog.

De Graf von Götzen en de infrastructuur van Deutsch Ost-Afrika
Op 17 februari 1884 gaf de Duitse regering een concessie aan Carl Peters ten behoeve van zijn Gesellschaft für Deutsche Kolonisation, die in 1885 werd omgevormd tot de Deutsch- Ostafrikanischen Gesellschaft. De concessie moest leiden tot de stichting van een protectoraat. Peters had Zanzibar als uitvalsbasis. Men sloot een groot aantal verdragen met allerlei stammen. Andere stammen werden met geweld onderworpen, zoals het HeHe volk. In 1890 sloten Duitsland en Engeland een verdrag waarbij de Duitsers Helgoland terugkregen. Als compensatie kregen de Engelsen Zanzibar. Verder werd de grens tussen de Duitse en Engelse gebieden zo vastgelegd dat de Engelsen een spoorlijn konden aanleggen van de Indische oceaan naar Lake Victoria. In 1905 was de Maji Maji opstand, die wreed werd onderdrukt door de gouverneur graaf Gustav Adolf von Götzen. Korte tijd later bereikten berichten Duitsland over wreedheden en corruptie in de kolonie. Dit leidde tot een onderzoekscommissie en een reorganisatie van het bestuur. Tanganyika werd daarna een modelkolonie. In 1888 was men begonnen met de aanleg van de Usambara spoorweg van de havenplaats Tanga naar Moshi aan de voet van de Kilimanjaro. Aan de voet van de Usambara bergen werd sisal verbouwd en in Moshi koffie. Later begon men aan de bouw van de Zentral Bahn van de havenstad Dar es Salaam aan de Indische Oceaan naar Kigoma aan Lake Tanganyika. Deze was klaar in 1914, anderhalf jaar eerder als gepland.
De scheepswerf Jos L. Meyer
De werf Jos L. Meyer in Papenburg werd in 1795 gesticht door Willm Rolf Meyer als de 19de werf in dat gebied. Verschillende generaties Meyer bouwden er schepen. Sommigen begonnen voor zichzelf. Een van de nazaten van Willm Rolf Meyer was Joseph Lambert Meyer. Hij bracht zijn leerjaren op de Papenburgse werf van zijn vader door en werkte later in de USA op clipperwerven in Boston, Baltimore en New York. Daarna ging hij werken op de werf Stettiner Vulkan waar de eerste Duitse gepantserde oorlogsschepen werden gebouwd. Deze werft bestaat nu nog onder en andere naam in het huidige Polen. In 1872 stichtte hij met een partner een werf op de plaats waar zijn grootvader in 1795 zijn eerste schip bouwde. De werf kreeg een machinefabriek en ketelmakerij. In 1879 werd de zakenpartner uitgekocht en ging de werf verder als Jos L. Meyer Schiffswerft und Maschinenfabrik. Omdat de productie van de Duitse ijzer- en staalindustrie vrijwel volledig naar de spoorwegen ging, kwam het benodigde ijzer nog lang uit Engeland. Later ontstond een vaste band met de het hoogovenbedrijf Gutehoffnungshüite in het Ruhrgbied. De beperking in de grootte van de schepen door de afmetingen van de sluis en bruggen, bleef een blijvend probleem voor de expansie van de werf. De werf moest concurreren tegen de grote werven in Bremen en Hamburg die gedeeltelijk in handen waren van de grote scheepvaartmaatschappijen en de werven in Nederland die goedkoper bouwden. Het eerste stoomschip werd in 1875 gebouwd. Het was de tender en sleepboot Triton voor de Norddeutscher Lloyd. De werf specialiseerde zich in sleepboten, lichtschepen etc. De Duitse Keizerlijke marine was ook een belangrijke klant van de werf van Jos L. Meyer, vooral voor de bouw van hulpschepen, maar ook voor torpedoboten, mijnenleggers en andere kleine oorlogsschepen.
Het Duitse ministerie van Koloniën werd ook een belangrijke klant. Er werden schepen voor het vervoer van troepen gebouwd voor Duits Kameroen en voor Tanganyika. Spectaculair was het transport van het stoomschip Graf von G?tzen dat in 5000 kisten gedeeltelijk per spoor en gedeeltelijk door dragers van Dar es Salaam naar Kigoma aan het Lake Tangayika werd vervoerd. Het verschepen van gedemonteerde stoomscheepjes in kratten naar Afrika was al begonnen met Livingstone die in 1858 met de Ma-Robert de Zambezi verkende. De Graf von G?tzen was bestemd voor her vervoer van passagiers en goederen op het Lake Tanganyika. Het schip werd eerst in Papenburg in elkaar gezet. Alle onderdelen waren genummerd en vervolgens in waterdichte kratten per schip naar Dar es Salaam verstuurd. Slechts twee kratten bereikten niet op tijd de bestemming. En een deel van het touwwerk raakte door vonken van de stoomlocomotief in brand. Een groep van het werf personeel onder leiding chef R?ter reisde naar Kigoma om daar een helling te bouwen om het schip in elkaar te zetten. Men had er zelfs een elektrisch aangedreven kraan gebouwd. Er waren 20 Indiase en 150 Afrikaanse arbeiders in dienst. Juist voor haar proefvaart brak de eerste wereldoorlog uit. Dat betekende dat het beoogde zusterschip Rechenberg Tanganyika nooit zou bereiken.

Tanganyika en de eerste wereldoorlog
De meeste mensen associëren de eerste wereldoorlog met de loopgravenoorlog in Nood-Frankrijk en Zuid-West Vlaanderen, de mislukte landing bij Gallipoli, het torpederen van de Lusitania en het ineenstorten van het Russische leger na de Oktober revolutie. Maar Oost Afrika was ook een belangrijk strijdtoneel. Generaal Paul von Lettow-Vorbeck ontwikkelde daar de principes van de guerrilla oorlog. Met zijn hit-and-run aanvallen op o.a. de spoorwegen in Kenya richtte hij veel schade aan. In 1915 voerde hij ongeveer 50 aanvallen uit op de Uganda spoorweg die daardoor effectief buiten gebruik was gesteld. Hij was ongrijpbaar voor de geallieerden en hij gaf zich pas na de wapenstilstand in 1918 over. Voor het onschadelijk maken van de Duitse lichte kruiser Köningberg, die na een succesvolle kaaptocht, een schuilplaats vond in de wijde ontoegankelijke Rufiji delta, stuurden de Britten twee kustpantserkanonneerboten van Engeland naar de Rufiji. Na een harde strijd werd de Köningsberg in de grond geboord. Een deel van de bemanning en de bewapening ging over naar het guerrillaleger van Von Lettow-Vorbeck. Een deel van het geschut werd geplaatst op de Graf von G?tzen, die aan de andere kant van Tanganyika voer.
Aan de west zijde van de langste Afrikaanse binnenzee lag de Belgische Congo. Het 600 kilometer lange en 50 kilometer brede meer was een van de grote binnenzeeën in de Afrikaanse Slenk. Aan de zuidzijde lag Noord Rhodesië, het huidige Zambia. In het noordwesten lagen de Duitse kolonies Ruanda en Urundi, het huidige Burundi. De verbinding met zeehavens van deze landen was via de Congo naar Matadi of via de Uganda railway naar Mombasa. Of via Lake Tanganyka en Kigoma naar Dar es Salaam. De Belgen waren in de Congo helemaal niet voorbereid op een strijd met de Duitsers. In het geheim legden de Engelsen in Uganda contact met de Belgische legerleiding. Men was ook beducht voor de kans dat de Belgen een afzonderlijke vrede met de Duitsers zouden sluiten. De Amerikanen, die toen nog neutraal waren, hadden geadviseerd om de Congo aan de Duitsers aan te bieden. De Belgen stuurden 500 man troepen naar Uganda. Aan het Kagara front tussen Tanganyika en Uganda wisten de te hulp geschoten Belgen een verder oprukken van de Duitsers te voorkomen.
De maritieme strijd op Lake Tanganyika.
In 1915 werd de Duitse kanonneerboot Hermann von Wissmann bij verrassing buiten gebruik gesteld door Britten uit Noord Rhodesië. Dat was de eerste maritieme overwinning van de Britten op de Duitsers. De Hermann von Wissmann was 60 ton en had kanonnen van de Möwe, een opnemingsvaartuig dat aan het begin van de oorlog in de haven van Dar es Salaam tot zinken was gebracht. Maar eerder hadden de Duitsers met de Hermann von Wissmann de Belgische vrachtboot Alexandre Delcommune en de Britse stoomschepen Cecil Rhodes en Good Hope buiten gebruik gesteld. De Duitsers hadden ook nog de stoomsleepboot Kingani van 38 tot uitgerust met wapens van de Möwe. De Duitsers konden vanaf het meer Belgische en Britse posities aanvallen. De Graf von G?tzen kon 800 tot 900 man troepen vervoeren. De Britten in Noord Rhodesië waren beducht dat hun gezichtsverlies in de ogen van de gekoloniseerde volken zo groot was dat dit tot een drempelverlaging was voor opstanden. Verder kenden ze de geruchten dat Koning Albert een apart vredesverdrag met de Duitsers zou sluiten. John R.Lee, een jager op groot wild en avonturier in Noord Rhodesië, slaagde het Britse ministerie van Marine te overtuigen voor dit gevaar. De Engelse marine had gen schepen beschikbaar omdat ze midden in de voorbereidingen voor de landingen in de Dardanellen zaten. Lee stelde voor een motorboot naar Lake Tanganyika te sturen die een snelheid kon ontwikkelen van 15 knoop ( 27 kilometer per uur) met een kanon met een reikwijdte van 7000 yards ( 6,43 kilometer). Zo’n schip zou in staat zijn de Graf von G?tzen te verslaan. De Britse legerleiding zag wel wat in het plan.
Lee werd benoemd tot Luitenant in de Royal Naval Volunteer Reserve en kreeg de opdracht om in Afrika de voorbereidingen te treffen voor het vervoer van zo’n motorboot naar Lake Tanganyika. De Marine stelden Geoffrey Basil Spicer-Simson aan als commandant van de expeditie. “he was more van mildly eccentric”. Hij had zijn jeugd doorgebracht in Tasmanië, waar zijn vader o.a. een schapenfarm had, Frankrijk, Duitsland en India. Zijn broer was een bekend artiest (portrettist). Zelf had hij voor de Britse marine o.a. de rivier de Gambia in West Afrika in kaart gebracht. Een project van 4 jaar, waar hij veel ervaring op deed met kleine vaartuigen en hun bemanning. Voor de “Lake Tanganyika expeditie” mocht hij zijn eigen bemanning en schepen kiezen. Dat werden kleurrijke types uit de Royal Naval Volunteer Reserve. Hij koos twee motorboten die bij de werf Thornycroft waren gebouwd voor de Griekse marine, maar die door de eerste wereldoorlog niet verzonden konden worden. Ze werden op aanwijzing van Spicer-Simon verbouwd. Bij een proefvaart op de Thames behaalden ze een topsnelheid van 18-19 knoop. De scheepjes kregen de namen Mimi en Toutou . Het transport van Kaapstad per trein door Noord Rhodesië naar het einde van de spoorweg 160 kilometer ten noorden van Elisabethville en vandaar 240 kilometer door de jungle van de Belgische Congo werd legendarisch. Daar werden 150 bruggen aangelegd. Hoewel Lee een goede route had uitgezet, werd hij teruggeroepen naar Kaapstad omdat hij te veel dronk en dan te loslippig werd in bars van laag allooi. Op een gedeelte van deze route werd gebruik gemaakt van stoomtrekkers. De commandant racete op zijn fiets heen en weer tussen de verschillende delen van het konvooi. Tropische ziektes en wilde dieren waren een constante bedreiging. De laatste 20 kilometer konden de scheepjes weer op een spoorweg verder worden vervoerd naar Bukama aan de Lualaba rivier. Helaas was de waterstand zo laag dat de scheepjes niet zelf konden varen. De Mimi en Toutou liepen voortdurend aan de grond in de rivier die vol zat met krokodillen. Na 17 dagen bereikte men het stadje Kabalo waar de scheepjes weer op spoorwagens zo’n 250 kilometer verder werden vervoerd. De totale reisafstand vanaf Kaapstad 4800 kilometer geweest. De Duitsers hadden ontdekt dat in Lukuga een groot schip werd gebouwd door de Belgen, de Baron Dhanis. De Britten hadden geluk dat een Duitse verkenner, die de bouw van de motorboten waar nam, in handen van de Belgen viel. De Briten verhuisden uit voorzorg naar Kalemie, een haventje op 3 kilometer afstand van Lukuga. Op tweede kerstdag 1915 kwam de Kigani van de Duitsers plotseling in zicht. Deze probeerde er achter te komen wat er gaande was in Lukuga. De Mimi en Toutou werden de te water gelaten en na een vuurgevecht van 11 minuten was de Kigani buiten gevecht gesteld. Het schip werd aan de grond gezet. Ondervraging van Afrikaanse bemanningsleden gaf de Belgen waardevolle inlichtingen. De Kigani werd gelicht door de Britten en als FiFi in de vaart gebracht en zwaarder bewapend. Omdat de Kigani niet terugkeerde werd de Hedwig op onderzoek uitgezonden. De Hedwig werd aangevallen door de Mimi, Toutou, Fifi en de Belgische Vedette. Na een achtervolging van 50 km zette een voltreffer van de Fifi de Hedwig in vuur en vlam. De Duitsers concentreerden zich op de verdediging van Kigoma. Er was een vijandige sfeer tussen Spicer-Simon en de Belgische autoriteiten. Hij bleef echter wel in vriendschappelijk contact met de Belgische commandant Goor. De Belgen bestelden vier Short vliegboten. Maar het meer was meestal de ruw. Er werd een nieuwe basis gesticht op Lake Tungwe, 800 meter boven de zeespiegel. Op 10 juni slaagde men er in twee bommen op de Graf von G?tzen te laten vallen. Maar de Duitsers hadden toen al besloten om het geschut van het schip over te brengen naar het guerrillaleger van Von Lettow-Vorbeck. Op het schip werd een houten dummy geplaatst. De Belgen slaagden er in Kigoma af te sluiten van de rest van Tanganyika. Voor de terugtocht van de Duitsers werd Graf von G?tzen tot zinken gebracht. Naar verluidt werden van te voren de machinerieën ingevet. In 1927 werd het schip gelicht door de Engelsen die het als Liemba in de vaart brachten. De machines waren door het invetten goed geconserveerd. Later werd de stoommachine vervangen door een dieselmotor. De laatste restauratie werd gefinancierd door de Duitse overheid als een bijzondere vorm van ontwikkelingswerk. Zo vaart het nog steeds op Lake Tanganyika.
Jur Kingma

Afbeeldingen:
1. De Graf von Götzen op de helling in Papenburg. Alle onderdelen zijn genummerd. Het schip werd gedemonteerd en in kratten verpakt en met schepen van de Duitse Oost Afrika Lijn naar Dar es Salaam verscheept.
2. Hier staat de Graf von Götzen weer in elkaar gezet op nieuwe helling in Kigoma.
3. Ook de Britten stuurden een groot aantal bouwpakketten met stoomschepen naar de Grote Afrikaanse meren. Dit is de Wiliam Mackinnon die in 1900 bij Lake Victoria in elkaar werd gezet.
4. Het is 1915. De Graf von Götzen is klaar. Voorop staat een kanon van de lichte kruiser Köningsberg die eerder door de Britse marine de Rufiji delta in werd gedreven. De kanonnen werden als kustbatterijen ingezet. Toen de Duitsers het schip lieten zinken konden de kanonnen elders worden ingezet.
5. Tekening van de motorkanonneerboten Mimi en Toutou.
6. Spicer-Simon, de commandant van het flottielje op Lake Tanganyika.
7. De proefvaart van de Mimi op de Thames. Voorop staat Spicer-Simon. Zijn echtgenote zit achterin.
8. De route die de scheepjes vanaf Kaapstad volgden.
9. Twee stoomtrekkers trekken een van de motorboten over een houten “brug”. Het was een aantal lagen stammen die als overbrugging een vallei vulden.
10. De watervoorziening van de stoomtrekkers was soms een groot probleem. In droge gebieden werden Afrikaanse vrouwen ingeschakeld die op de traditionele manier kruiken of emmers water brachten. Ze werden betaald in Kanga’s, traditionele lendendoeken. Troepen en bemanning leden dorst om water te sparen voor de stoomtrekkers.
11. Met behulp van kabels en katrollen werden de motorboten tegen hellingen opgetrokken.
12. Met behulp van handkracht werden de boten van een heuvel afgevierd.
13. De Mimi is vastgelopen in de Lualaba rivier die vol met krokodillen zat.
14. De Mimi wordt op een spoor het Lake Tanganyika ingedrukt.
15. Nadat het grootste deel van de Duitse vloot was uitgeschakeld dreigden de Belgen Kigoma te omsingelen. De Duitsers vernielden vele bruggen in de centrale spoorweg. Hier is een spoorbrug met een locomotief gebouwd bij Hanomag opgeblazen.
16. De Graf von Götzen werd tot zinken gebracht.
17. De kanonnen van de Köningsberg kregen weer een nieuwe taak. Zij werden door grote groepen Afrikaanse soldaten meegetrokken met de strijdmacht van Von Lettow-Vorbeck.
18. Na het sluiten van het verdrag van Versailles mochten de Britten de Graf von Götzen lichten. Het schip werd hersteld en kwam weer in de vaart. Het kreeg de naam Liemba.
19. De Liemba vaart nog steeds op Lake Tanganyika. Het is verschillende keren gerestaureerd en heeft nu een dieselmotor. In de meeste haventjes is geen pier en wordt het schip gelost en geladen vanuit kano’s en andere houten vaartuigen.
20. De strijd op Lake Tanganyika heeft aanleiding gegeven tot een aantal boeken en een film, African Queen in 1951.
Noten: