Rotterdam Oorlogshaven

Wie oudere gedenkboeken over scheepswerven, machinefabrieken en havenbedrijven leest, valt soms iets merkwaardigs op als de periode van de tweede wereldoorlog wordt behandeld. Lijsten van bouwnummers lijken niet altijd door te lopen. Men schrijft enigszins besmuikt over de eerste oorlogsjaren. Er is vaak een sterke nadruk op de vernielingen na Dolle Dinsdag en er wordt hoog opgegeven van verzetsdaden. Dit beeld is de laatste jaren behoorlijk bijgesteld door studies van Klemann en Meihuizen. Dankzij het uitvoerige speurwerk van Jac. Baart zijn de activiteiten van de Rotterdamse scheepswerven in de tweede wereld oorlog nu buitengewoon goed in beeld gebracht. Duitse archieven bevatten veel informatie over die tijd. Ruim een week na de capitulatie kwamen de Duitsers al polshoogte nemen bij Rotterdamse werven. En al snel werden de werven ingeschakeld bij de Duitse oorlogsproductie. De eerste jaren van de oorlog was er in Nederland volledige werkgeleenheid. Nederlandse oorlogsschepen die op stapel waren gezet werden voor de Duitsers afgebouwd. Duitse oorlogsschepen werden hersteld. De werven werd ingeschakeld bij de voorbereiding van operatie Seelöwe, de geplande invasie in Engeland. Zo werden een groot aantal binnenvaartschepen omgebouwd tot landingsvaartuig. Bij de werf Gusto werden er 180 en op de werf P. Smit Jr 130 schepen aangepast. Daarnaast werden vissersschepen sleepboten ingeschakeld. Er werden 25 Nederlandse zeevrachtschepen omgebouwd tot transportschip. De werven bouwden ook een aantal speciale landingsschepen. Rotterdam was een van de geplande vertrekhavens waar in augustus 1940 668 schepen waren verzameld voor de invasie. De invasie in Engeland is gelukkig niet doorgegaan maar het materiaal is wel elders in Europa ingezet. Tot in de Noorse fjorden en de Zwarte zee toe. De werven waren ook ingeschakeld bij de bouw van Kriegsfischkutter. Deze kleine oorlogsscheepjes waar voor viskotters model stonden, voeren o.a. als escortschip. Er werden ook voor Duitse particuliere opdrachtgevers veel schepen gebouwd; o.a trawlers en binnenvaart tankers. Nederlandse werven werden ook ingeschakeld bij de bouw van Duitse standaard vrachtschepen; het Hansa bouwprogramma. Daarnaast werden er bijzondere schepen gebouwd zoals de ijsbreker Pollux, die op de werf van P.Smit jr werd gebouwd voor de Duitse marine. Van der Giessen bouwde een marinetanker. Nederlandse oorlogsschepen werden verbouwd zoals het bejaarde pantserdekschip Gelderland.
Een bijzondere technische voorziening was de demagnetiseringsboog in de Waalhaven. Het lijkt op twee bruggen die in geopende stand tegen elkaar leunen. Het geheel diende om schepen door een kooi van elektrische kabels te laten varen. De stroom voor het demagnetiseren werd geleverd door een dieselelektrisch treinstel!
Gedurende de oorlog werd het Zweeds ijzererts voor het Ruhrgebied aangevoerd in Rotterdam. Engelse vliegtuigen maakten het varen langs de Nederlandse kust wel steeds moeilijker. Uiteraard komen de bombardementen van de geallieerden vliegtuigen op werven en haveninrichtingen aan bod. De veelal in Rotterdam verbouwde scheepjes van het Rheinflotille speelden een belangrijke rol bij het ontsnappen van 85000 Duitse militairen uit Zeeuws Vlaanderen naar Brabant na de val van Antwerpen. Het is de Duitse tegenhanger van de Engelse evacuatie uit Duinkerken in de zomer van 1940.
De vernielingen van de haveninstallaties plaats de schrijver in het kader van het opschuiven van de frontlijn naar het noorden en de frustratie bij de Duitsers dat de haven van Antwerpen vrijwel ongeschonden in geallieerde handen viel. Jac. Baart gaat uitvoerig in op de vele dilemma’s waarvoor mensen in de industrie zich geplaatst zagen. Veel werven hebben uitvoerig van de Duitse opdrachten geprofiteerd, maar hadden tijdig de bordjes verhangen. Er zijn in de oorlog in Nederland 800 schepen voor de Duitsers gebouwd. Bij een minder chaotische organisatie aan Duitse zijde hadden dit er veel meer kunnen zijn. De gang van zaken in Nederland week niet af van die in andere bezetten gebieden. Veel zaken die als sabotage zijn geboekt, lijken volgens de schrijver eerder veroorzaakt door geklungel. Jac. Baart is een amateur historicus. Hij is opgeleid als scheepswerktuigkundige en voer bij Shell Tankers. Later werkte hij bij de elektriciteitscentrale Dordrecht. Wrakkenvondsten van duikers brachten hem mede op het spoor van de belangrijke rol van de Rotterdamse haven in de Duitse oorlogsinspanningen. Het boek is erg goed geïllustreerd met vele speciaal voor het boek vervaardigde silhouetten, doorsnedes en met vele onbekend foto’s. Het is een belangrijke aanvulling op onze kennis van de tweede wereldoorlog. Deze periode kan nu een plaats krijgen in onze industriegeschiedenis.

Jur Kingma

Besproken:
Jac. J. Baart “Rotterdam. Oorlogshaven”.
(Zutphen, 2010) ISBN 978.90.5730.673.0 € 39,50

N.B. eerdere verschenen in het blad “Erfgoed van Industrie en Techniek”.
Afbeeldingen:
1. Omslag van Rotterdam oorlogshaven
2. Fasen in verbouw van 50 meter lange Kempenaar tot landingsschip voor tanks voor de operatie Seelöwe, de geplande invasie in Engeland.
3. De demagnetiseringsinstallatie in de Waalhaven.
4. Ook in het Noordzeekanaalgebied werden schepen gebouwd voor de beoogde invasie van Engeland. Dit schip in de haven van IJmuiden gold als een Fährprahm, een landingsvaartuig, en is waarschijnlijk gebouwd bij de Zaanlandsche Scheepsbouw Maatschappij op de werf Czaar Peter in Zaandam.
5. Op de werf Baerleveld & Stapel in Zaandam werden zo’n 20 Kriegsfischkutter gebouwd. Tekening Jac.Baart