Batterie de Crisbecq of Marine-Küsten Batterie “Marcouf”

Daarom werd er in het voorjaar van 1942 besloten om een verdedigingslinie aan te leggen, die liep van Noorwegen tot aan de Spaanse grens, waaraan tot D-day toe constant aan gewerkt is.

Niet aan de kust zelf maar meer inland bevonden zich op hoger gelegen terreinen de artillerie opstellingen.
Een voorbeeld hiervan is de ‘Batterie de Crisbecq’.

Hoofdstuk 1 – BOUW EN ORGANISATIE

Al in de zomer van 1941 begon onder supervisie van de organisatie TODT de aanleg van de artillerie opstellingen door Russische en Poolse krijgsgevangenen. Om de de bouw te versnellen werden 2 jaar later ook Franse arbeiders uit Parijs en Bretagne ingezet.
Allereerst werd op 5 plaatsen grond afgegraven voor de betonopstanden bestemd voor buitgemaakte 155 mm St.CHAMOND model 1916 geschutstukken van het 3e baljon 1261 HKR kust artillerie regiment.
In december 1942 kwamen de bunkers voor munitie opslag, gevolgd door de onderkomens voor de het bedieningspersoneel.
Tijdens het uitvoeren van die werkzaamheden draagt het Heer (landmacht) het commando over aan de Kriegsmarine, de MAA260 Marine kust-artillerie groep gevestigd in Cherbourg.
Het 3e bataljon 1261 HKAR (Wehrmacht) wordt verplaats naar Fontenay, een gedeelte blijft echter achter en om dat verschil aan te geven noemen de Duitsers het nu de Marine-Küsten Batterie Marcouf.
Belangrijk echter is dat er zwaarder materieel wordt aangevoerd, nl. 3 stuks buitgemaakte artillerie van Tsjechische oorsprong, SKODA- kaliber 21 cm 39/41.
De munitie bestond per munitiebunker (type 134) uit 250 granaten, waarvan 200 pantserdoorborend en 50 voor lange afstanden. In theorie 27 km met een schootsveld van 8o graden. De vuursnelheid bedroeg 1 salvo per minuut. Het was hiermee de zwaarstebatterij in de hele omgeving. Dat wat betreft de op zee gerichte artillerie.

De vuurleiding was verdeeld over 2 commandoposten alle voorzien van periscopen, waarbij de ene nog niet compleet was en de andere geïmproviseerd,omdat de alweer Franse afstandmeter niet in de bunker paste en in de “open lucht” slechts beschermd werd door een aarden wal, maar door een wonder gedurende de hele aanval beschadigd bleef.

Voor luchtafweer was natuurlijk ook gezorgd, wellis waar mondjesmaat.
Men beschikte over 5 maal 75 mm buit gemaakt Frans materieel, een 4 loops Flak 38 cal. 20 mm op een bunker type 410 en 20 mm Oerlikon opstelling op de vuurleidings commando bunker. Bovendien waren er nog 3 zoeklichten opgesteld

De bescherming van de batterij werd gevormd door de 6e compagnie van 919ste Infantrie Regiment, ongeveer een 100 man, ingekwartierd bij burgers van het dorp St. Marcouf en naburige boerderijen.
Met de artilleristen tesamen 400 man, waaronder 3 officieren en 7 onderofficieren.
Hun bewapening bestond uit Franse geweren, 2 cal 81 mm moertieren en 4 stuks van het gevreesde machinegeweer MG 34 in (Tobruk) opstellingen tegen aanvallen van dichtbij.
Rondom de batterij veel prikkeldraad en mijnen, aangevuld met Rommel’s ‘Asperges’, houten staken met boobytraps onderling verbonden door struikeldraden, onder dwang aangelegd door de plaatselijke bevolking.
De bezetter had daarbij niet gerekend op de mogelijkheid voor het Franse verzet om de plannen aan de US Intelligence door te geven, zodat die zelfs beter dan de verdedigers op de hoogte waren van de exacte locaties van de geschutsopstellingen.

Hoofdstuk 2 – D-DAY.

Het eerste geallieerde bombardement vond plaatst op 19 April 1944 en dat ging zo de hele maand Mei door en op de 15e werden ook alle inwoners in de omgeving van de batterij geevacueerd.
Er waren toen al 800 bommen ieder een ton wegend in de omgeving van de kustbatterij terecht gekomen. Bommen die een krater van 20 meter konden maken.
De afbouw van de bunkers van de Batterie de Crisbecq werd hierdoor ernstig vertraagd en was op D-day nog lang niet voltooid, maar ook ver van onbruikbaar gemaakt wat toch de bedoeling was.
In de nacht voorafgaand aan de landingen vond nog een extra zwaar bombardement plaats uitgevoerd door 101 vliegtuigen met 598 ton bommen aan boord in slechts een half uur.
Door vergissingen met het vinden van de juiste ‘dropping zone’ vonden naast ingekwartierde Duitsers ook Franse burgers de dood in de dichts bijzijnde dorpen St-Marcouf de L’isle en Dodainville.
De batterij was helaas nog volledig in tact op 2 flak kanonnen na die de volgende dag alweer operationeel waren gemaakt.
Ook waren een 20 tal parachutisten diezelfde dag s’nachts krijgsgevangen gemaakt, ze behoorden tot het 502de PIR (Parachute Infantry Regiment) van de 101ste Luchtlandingdivisie van het Amerikaanse leger (met het “screaming eagle enbleem), bovendien nog een luitenant van het 508ste PIR ( Red Devils) 82ste Airborne divisie, die regelrecht in de batterij terecht gekomen was.
Beide regimenten hielden later tijdens het Ardennen offensief in Bastonge stand tegen een Duitse overmacht en vochten in Nederland bij Nijmegen ook weer onder moeilijke omstandigheden tijdens de Operatie Marketgarden.
Tenslotte waren het mannen van het 502de die als eersten Hitlers vakantieparadijs, het Adelaars Nest in Berchtesgaden bezetten.

In het verdere verloop van de strijd bleek de batterie de Crisbeq een harde noot om te kraken. Volgens een Duitse ex-kannonier kwam dat door het eigenzinnige beleid bij de bouw van de bunkers door de commandant Oberleutnant Walter Ohmsen.
Volgens hem waren de bunkers dieper ingegraven dan normaal, wel 4 meter meer?.
Ook de artillerie opstellingen niet waar dat vewacht kon, nl. Op de hoogste plekken, maar meer verborgen zodat ze minder opvielen.
De vraag blijft of dat wel klopt gezien de Duitse ‘gruendliche’organisatie structuur die van boven opgelegd was en die m.i. weinig ruimte liet voor afwijking van het beleid. Dan waren er verder nog allerlei controles en papieren rompslomp. Bovendien kwam Ohmsen pas later en was dus niet van begin af aan verantwoordelijk.

Laat onverlet de Crisbeq batterij de enige was die een US destroyer tot zinken bracht met een van de geduchte 210 mm Skoda artillerie stukken en moesten de slagschepen USS TEXAS met 12x360 mm en USS ARKANSAS 12x300 mm van vanaf de OMAHA sector opstomen om de batterij het zwijgen op te leggen en dat terwijl daarvoor al 3 andere slagschepen de Duitse artillerie bestookt hadden met als enig resultaat dat een bunker een ‘direct’ kreeg van de USS NEVADA 10x450 mm ( een van de weinige schepen die de aanval op Pearl Harbour overleefd had) die ook de hele bediening doodde, omdat de beschermende pantserplaten niet waren geleverd.
Zelfs na de actie van de 2 zware slagschepen bleek na reparatie het 3e zware Skoda kanon nog in staat om te vuren, welliswaar niet meer dan 10 km ver. Maar genoeg om aanzienlijke verliezen toe te brengen aan zowel mankracht als ontregeling van de bevoorrading van het Amerikaanse leger.
Degenen die tot nu toe dachten dat het alleen slecht is gegaan in de OMAHA sector komt bedrogen uit, zelfs nadat de vijandelijke artillerie uitgeschakeld was duurde het nog 4 dagen voordat op 12 Juni, dus 6 dagen naar de landing het artillerie complex veroverd werd door eenheden van het 12de en 22ste INF regiment behorende tot de 4e DIV. onder bevel van Col.H.A.TRIBOLET.
De bezetters merkten overigens dat de batterij verlaten was op 21 Duitse gewonden en de eerder krijgsgevangen gemaakte Amerikanen.
Ohmsen had de dag daarvoor van Gen. TRIPEL opdracht gekregen om de ‘Marcouf Batterie’
Te evacueren hetgeen hij met succes wist te realiseren en zodoende na 2 dagen door ongezien de Amerikaanse linies te omzeilen, met 78 overlevenden de Duitse linies te bereiken. Voor het bieden van zoveel weerstand aan het invasie leger werd hem het Ijzeren Ridderkruis verleend. Lang had hij echter geen plezier van z’n vrijheid, hij werd drie weken later gevangen genomen bij de overgave van Cherbourg aan de Amerikanen.

De balans opmakend sneuvelde bijna ¾ van het Duitse garnizoen, maar waren de verliezen aan Amerikaanse zijde er niet minder om en hebben ze hachelijke momenten meegemaakt toen ze een gedeelte van de batterie bezet hadden en OHMSEN vroeg een naburige Duitse batterij het vuur te openen met 105 mm geschut op zijn eigen kustbatterij en de Amerikanen zich in paniek terug trolkken, waarbij Duitse versterkingen ook weer 90 krijgsgevangen. maakten.
De Amerikanen gaven het niet op en omsingelden beide batterijen in en bestookten ze een dag lang met artillerie en scheepsgeschut. De Amerikaanse troepen hergroepeerden zich en vielen de batterij van Azeville aan, die eerder op die van Crisbecq had gevuurd. Crisbecq paste die truc nu omgekeerd toe maar de Americanen lieten zich nu niet verjagen en Azeville viel laat in de middag van diezelfde dag in Amerikaanse handen.

Nawoord.

Na de verovering hebben de Amerikanen de achtergebleven luchtafweer gebruikt ter bescherming van het naburige vliegveld en er vond nog door onvoorzichtig handelen een munitie explosie plaats die aan een aantal Amerikaanse soldaten het leven kostte.

Na de oorlog werden door Duitse krijgsgevangenen het gebied van mijnen gezuiverd en
werd het land aan de oorspronkelijke eigenaren teruggegeven.

In de 50tiger werd alles van ijzer door schroothandelaren weggehaald zoals bepantsering, kanonnen ijzeren deuren etc. en in de 70tiger jaren werd het hele terrein geëgaliseerd en de onderkomens volgestort.

Daarna bebeurt er 30 jaar lang niets en groeit het hele gebied dicht tot een ondoordringbare wildernis totdat in 2004 2 enthousiaste project ontwikkelaars het gebied 8 hectare groot aankopen en kosten nog moeite spaarden om de oorspronkelijke staat zo veel mogelijk te herstellen.
Hierdoor kan ieder die dat wil de voormalige en grootste kustbatterij met z’n 21 bunkers, onderling verbonden door kilometer lange verbindingsloopgraven, bezichtigen.
In de onderkomens zijn diorama’s met de originele uitrusting te bewonderen, ze proberen een idee te geven hoe het er in die tijd heeft uitgezien. Alleen het namaak kanon in de artillerie bunker doet valt uit de toon en het inferno tijdens de gevechtshandelingen ontbreekt ook en dat is maar goed ook.


Bronnen:
Wikipedia: U.S. slagschepen.
Musée de la batterie de Crisbecq
Témoins du mur de l’Atlantique – Alexander Wirtz
Marine uniformen uit de Tweede Wereldoorlog – A.Mollo / M.McGregor / B.G.J.De Vries
Zie ook: www.batterie-marcouf.com
http://nl.wikipedia.org/wiki/Batterij_van_Crisbecq