Standaard schepen - Jur Kingma

Tijdens de Amerikaanse burgeroorlog blokkeerden de Noordelijke marine de kust van het zuiden. In die oorlog werd voor het eerst gebruik gemaakt van primitieve duikboten.
De Duitsers gebruikten in de eerste wereldoorlog duikboten om een blokkade van Engeland te bewerkstelligen en ook om de Engelse blokkade te ontduiken. Het duurde lang voordat Engeland een antwoord op de blokkade door duikboten vond.
Dat werd het konvooisysteem.
Koopvaardijschepen mochten alleen varen in groepsverband. Deze groepen werden beschermd door oorlogsschepen.
In de tweede wereldoorlog zetten de Duitsers nog sterker in op het duikbootwapen. De Engelsen stelden nu wel meteen een konvooisysteem in, maar ze hadden onvoldoende oorlogsschepen gebouwd die de konvooien konden beschermen. Met allerlei noodmaatregelen probeerden met de konvooien te beschermen. Men “huurde” van de USA oude torpedobootjagers en men bouwde op basis van het model van een walvisjager een grote serie eenvoudige escortschepen: De Flower Class korvetten.
De Duitse admiraal Dönitz ontwikkelde een heel effectieve strategie om zijn duikboten zo veel mogelijk geallieerde schepen tot zinken te brengen. Dat was de roedel tactiek. Duitboten lagen in en halve cirkel midden op de Atlantische oceaan. Als een van de duikboten een konvooi in zicht kreeg werd dit aan het hoofdkwartier gemeld. De duikboten kregen opdracht om zich voorzichtig in het konvooi te begeven en zo de schepen te torpederen.
Het duurde lang voor de Britten effectieve tegenmaatregelen konden nemen. Eigenlijk pas met de komst van lange afstand vliegtuigen lukte het om het duikbotengevaar te beteugelen.
Toen de Amerikanen in december 1941 in oorlog met Duitsland kwamen waren ze ook niet voorbereid op de duikbootoorlog. Het was prijsschieten voor de Duitsers. Voor Dönitz was dit “De gelukkige tijd”. Het duurde enige tijd voor de Amerikanen overgingen tot een konvooisysteem en hun konvooibescherming coördineerden met de Britten.
De verliezen aan scheepsruimte waren onacceptabel. Men verloor sneller schepen dan men bij kon bouwen. De Britse scheepswerven waren allemaal druk bezet met de bouw en reparatie van oorlogsschepen.
Er was slechts een beperkte capaciteit voor de bouw van koopvaardijschepen.

Standaardschepen.
In de eerste wereldoorlog hadden de Amerikanen al standaardschepen gebouwd om aan hun behoefte aan scheepsruimte te voldoen.
De Emergency Fleet Corporation liet een grote serie transportschepen bouwen op de Hog Island werf van de American International Shipbuilding. Deze werf in de buurt van Philadelphia was de eerste scheepswerf die was gebouwd voor de massaproductie van schepen. Er werden 122 schepen in twee types gebouwd. De eerste “Hog Islanders” kwamen van de werf vlak voor de oorlog was afgelopen. Een aantal werden verkocht aan Amerikaanse reders, maar een groot deel bleef beschikbaar voor militair vervoer.
In de tweede wereldoorlog gingen er 58 verloren. Een bekende Hog Islander was de Liberty Glo die in 1919 ter hoogte van Terschelling op en mijn liep. Het schip brak maar bleef drijven. Het leidde tot een spectaculaire berging.

Aan het begin van de tweede wereldoorlog inventariseerde de Britse marine de capaciteit van de scheepswerven. Vanaf 1 februari 1940 mochten de scheepswerven alleen nog oorlogsschepen bouwen. Schepen voor rederijen mochten alleen worden gebouwd met een vergunning van de marine. Daarbij werd er op gelet dat de schepen geschikt moesten zijn voor hun rol in het gewapende conflict. Men ontwikkelde ook een groot aantal standaard schepen zoals vrachtschepen, zware lading schepen, Noorwegen type tankers, Scandinavië type houtboten en sleepboten. Men ging wel over tot serieproductie, maar niet tot massaproductie. In Canada werden voor Britse rekening ook standaard vrachtschepen gebouwd. Hun namen begonnen met Fort, Park of Oceaan. De Britten lieten ze ook bouwen op Amerikaanse scheepswerven.

Amerikaanse standaardschepen.
In 1936 werd in de USA een wet aangenomen om jaarlijks de bouw van 50 vrachtschepen te subsidiëren. Deze schepen moesten dan in oorlogsomstandigheden beschikbaar zijn voor oorlogsvervoer. Deze scheepstypen kregen het type aanduiding C1, C2 en C3. Zij werden ook in de oorlog gebouwd. In 1940 werd al subsidie verleend voor de bouw van 200 schepen. Tussen 1939 en 1947 werden er 465 C3 gebouwd.
In 1941 ontwierpen de Amerikanen op basis van een Brits Empire vrachtschip een eigen vrachtschip: Type EC2-S-C1. Het schip was zo ontworpen dat het gemakkelijker gebouwd kon worden als de empire schepen: geen zeeg, geheel gelast etc. De voorstuwing kwam van een eenvoudige stoommachine. Het contract ging naar een consortium van aannemers dat de grote Hoover dam had gebouwd.
Een van deze aannemers was Henry J. Kaiser die al een eigen scheepswerf in Richmond Californië bezat.
Kaiser had bij Ford gezien hoe auto’s aan de lopende band werden gebouwd. Dat concept bracht hij naar de scheepsbouw. Men kon zo gebruik maken van laag opgeleide mensen. Er werden ook veel vrouwen ingeschakeld. Hoewel de schepen als lelijk eendjes werden gezien kregen ze de naam Liberty Fleet. De naam Liberty werd onverbrekelijk verbonden met de standaardschepen van de tweede wereldoorlog. Er werden er 2710 gebouwd. Andere Amerikaanse standaardschepen waren de T2 tanker en de Victory. De Victory was een snel vrachtschip dat meestal werd voortgestuwd door een stoomturbine. Er zijn er 534 van gebouwd. Een groot aantal werven ging in de loop van de oorlog over op massaproductie van dit type schepen. Er waren verschillende types T2 tanker. Van het type T2-SE-A1 werden er 481 gebouwd. De vier werven deden er gemiddeld 70 dagen over om zo’n tanker met een laadvermogen van 16000 ton te bouwen. De tankers hadden een turbo-elektrische voortstuwing.
Daarnaast bouwden de Amerikanen nog standaard sleepboten, landingsvaartuigen, bevoorradingsschepen en talloze oorlogsschepen.

De scheepswerven van Kaiser bouwden in de tweede wereldoorlog 1490 vrachtschepen en tankers. Hij had 4 werven in de Bay area van San Francisco en andere werven in de staten Washington en Maine. Hij bouwde 27% van alle Amerikaanse standaardschepen. Kaiser die zijn loopbaan begon als fotograaf in New York, ging na de oorlog verder met de bouw van een aluminium fabriek, staalfabrieken en een autofabriek (Kaiser-Frazer).
Zijn naam is nu nog verbonden aan het grootse Amerikaanse ziekenfonds: Kaiser Permanente.

Na de oorlog.

Uiteraard zijn een groot aantal standaardschepen nog in de oorlog ten onder gegaan. Maar na het staken van de vijandelijkheden werden een groot aantal standaardschepen verkocht aan reders. Vooral Griekse reders waren enthousiaste kopers. Zij brachten hun schepen onder “Goedkope vlag”. Oorspronkelijk waren dit Panama, Liberia, Honduras en Costa Rica.
Deze praktijk was in 1920 begonnen door Amerikaanse reders die van strenge regulering af wilden. Zij lieten hun schepen formeel onder een vreemde vlag varen, die daartoe faciliteiten aanbood.
Zo kon Liberia de grootse scheepvaartnatie worden. Maar ook de Europese rederijen vulden hun gehavende vloten aan met Amerikaanse en Britse standaardschepen. Zonder de geallieerde standaardschepen zou ook de wederopbouw van de Nederlandse vloot veel trager zijn verlopen.
De Liberty en de Empire werd tot 1960 vooral gebruikt in het massavervoer van steenkool, graan en erts. De Victory en de C1, en C3 werden vooral gebruikt in de lijnvaart.

Monumenten van het standaardschepen programma:

In de USA zijn nog twee varende Liberties als museum schip: De Jeremiah O’Brien in San Francisco http://www.ssjeremiahobrien.org/ ,
de John W. Brown in Baltimore http://www.liberty-ship.com/ http://maritimematters.com/2011/08/a-weekend-on-the-liberty-ship-ss-john-w-brown/
In Pireaus in Griekenland ligt de Hellas Liberty http://en.wikipedia.org/wiki/File:SS_Hellas_Liberty_(restored).jpg
In San Pedro in Californië ligt de Lane Victory http://www.lanevictory.org/
Pogingen om een T2 tanker te behouden zijn niet gelukt.
In Californië is ook een monument dat de rol van de Amerikaanse vrouwen in de oorlogsinspanning gedenkt. Het is genoemd naar de archetypische Rosie de klinkvrouw, zoals die werd getekend door Norman Rockwell. http://www.rosietheriveter.org/memdes.htm
Het is opvallend dat de Amerikaanse standaardschepen juist werden gelast. Het gedenkteken is op de plaats van de voormalige scheepswerf Kaiser Permanente No. 2



Aanvulling betreffende de USS SARASOTA - APA 204

De Sarasota staat ook niet Saywer & Mitchell. (LA Sawyer en WH Mitchell, The
Liberty Ships, , Lloyds of London Press Ltd, ik heb de druk van 1973)
Hetwas inderdaad aan amfibie aanvalsschip.
De romp en opbouw hebbeneen aantal
kenmerken van een Liberty, maar ook deze heeft een stoomturbine.
Rompvorm:hull type VC2-S-AP5 http://www.navsource.org/archives/10/03/03204.htm
(VC2 -S-AP3 is het type aanduiding van een Victory)
Dus dit was eigenlijk een Victory romp. De machiene installatie komt daar ook mee overeen.

De general Omar Bundy had een andere romp: Maritime Commission type (C4-S-A1)
hull, Dus was oorspronkelijk bedoeld als een C4.
http://en.wikipedia.org/wiki/USS_General_Omar_Bundy_(AP-152)

De liberty's hadden nummer EC2-S-C1 als type aanduiding.

Een aantal standaardrompen konden voor verschillende taken anders worden
afgebouwd.
Bijv. Boxed aircraft carrier of Tank transporter
http://archiver.rootsweb.ancestry.com/th/read/USNAVY/2006-12/1167559333
Sommigen werden omgebouwd tot troepentransportschip
http://uswarbrides.com/WW2warbrides/vance.html Dit schip vervoerde lateroorlogsbruidjes.


Jur Kingma